Mannelijke psychologie en sociologie

Mannenvriendschap en eenzaamheid onder mannen: wat onderzoek laat zien

Wat onderzoek laat zien over mannenvriendschap, waarom mannen hun vrienden kwijtraken, wat eenzaamheid kost en wat werkelijk helpt.

Wat de wetenschap ons leert over mannenvriendschap, eenzaamheid en wat er echt tegen helpt

Kort antwoord: eenzaamheid is in Nederland het hoogst tussen de 35 en 55, hoger dan bij ouderen. Wij mannen hechten evenveel aan vriendschap als vrouwen, alleen onderhouden we hem door samen iets te doen. Juist dat onderhoud sneuvelt na ons dertigste, en een scheiding kost ons in รฉรฉn klap een groot deel van het netwerk. De krimp komt vooral door verdwenen structuren, verenigingen, kerk, vaste derde plekken, en door de karikatuur van de man die alles alleen oplost. Dat heeft een prijs: eenzaamheid hangt samen met eerder overlijden, hartziekte en dementie, bij mannen sterker dan bij vrouwen. Het best werkt structuur: een club, een team, een vaste afspraak, en leren anders kijken naar sociale situaties.

Wij mannen raken onze vrienden meestal kwijt doordat we ze laten verwateren, zelden door een ruzie. Dat is geen onschuldig verlies. Eenzaamheid is het hoogst in de middenjaren en hangt samen met bijna alles wat ons vroegtijdig sloopt, van hartziekte tot dementie. Het goede nieuws: mannenvriendschap heeft een eigen onderhoudssysteem, en het onderzoek is het opvallend eens over wat werkt.

Waarom dit lastig te meten is

Eenzaamheid is een gevoel, dus bijna alles hierover komt uit vragenlijsten. De gezondheidsdata komen uit volgstudies, en die laten verbanden zien, geen bewezen oorzaken. Veel onderzoek naar wat helpt, is bovendien gedaan bij ouderen. Waar een bron smal is, staat dat in de lijst onderaan erbij. Wat overeind blijft: de verbanden zijn talrijk, lopen over jaren en wijzen steeds dezelfde kant op.

Wie er eenzaam zijn

Het beeld van eenzaamheid is een oude man achter de geraniums. De cijfers laten iets anders zien. In Nederland is sterke eenzaamheid het hoogst tussen de 35 en 55, bij ongeveer een op de acht, hoger dan bij ouderen [1]. Van alle volwassenen is ongeveer een op de tien sterk eenzaam en nog eens drie op de tien enigszins [2]. Een veel grotere meting vindt dezelfde piek en ziet sterke eenzaamheid sinds 2012 flink stijgen [3]. Ook in Duitsland is eenzaamheid geen ouderdomskwaal: daar is ze verhoogd bij jongvolwassenen en bij de alleroudsten [4]. Nederland hoort overigens bij de minst eenzame landen van Europa [5]. Het probleem zit hier alleen op een andere plek dan we denken.

Mannen zijn even vaak sterk eenzaam als vrouwen. Bij ons is het vaker sociaal: te weinig mensen om ons heen. Bij vrouwen is het vaker emotioneel: niemand om echt bij te schuilen [1, 6]. En alleen zijn valt ons zwaarder, want single vrouwen noemen zich vaker gelukkig dan single mannen [7].

De klap komt bij een scheiding. In het scheidingsjaar voelt ruim 40 procent van de mannen zich vaak eenzaam, ongeveer het dubbele van vrouwen, al trekt dat na een paar jaar weer bij [8]. Gescheiden mannen zijn op beide fronten eenzamer dan gescheiden vrouwen, vooral omdat hun netwerk kleiner is: zij was vaak de sociale agenda van het huis [9]. Onze oplossing is er ook naar. Na een scheiding blijven mannen minder vaak single dan vrouwen [7]: wij repareren eenzaamheid het liefst met een nieuwe vrouw, en veel minder met vrienden. Waarom dat een wankele reparatie is, en hoe je die periode wel doorkomt, staat in het artikel over eenzaamheid na je scheiding.

Hoe mannenvriendschap werkt

Vrouwenvriendschap is in het onderzoek face-to-face: tegenover elkaar, pratend. Mannenvriendschap is side-by-side: naast elkaar, iets doend [10]. In de klassieke meting koos ruim acht op de tien mannen voor een activiteit met een vriend, tegen minder dan de helft van de vrouwen, terwijl beide even veel waarde hechtten aan een hechte vriendschap [11]. Wie ooit drie uur naast een vriend heeft zitten vissen en samen twintig zinnen heeft gezegd, kent het systeem. En het systeem werkte.

Het clichรฉ dat mannen niet over zichzelf praten, klopt maar half: het verschil met vrouwen is klein [12]. Het grotere verschil zit in de vorm. Vrouwen bouwen op tweetallen, wij op groepen: het team, de club, de vrienden van vroeger [13, 14, 15]. Jongensvriendschappen houden zelfs vaker stand dan meisjesvriendschappen [16].

Het probleem is het onderhoud. Netwerken krimpen vanaf de jongvolwassenheid, en dan vooral aan de kant van vrienden; familie blijft [17]. Bij mannen gaat dat sneller: ergens eind dertig zakken we in aantal contacten onder vrouwen [18]. Vriendschap is de meest vergankelijke band die we hebben, want zonder investering dooft hij uit terwijl familie blijft [19]. En ons onderhoud werkt anders. Bij vrouwen houdt praten een vriendschap in leven, bij mannen alleen samen dingen doen [20]. Even bellen om bij te praten is voor ons dus niet genoeg; er moet iets in de agenda. Vriendschap kost ook gewoon tijd: grofweg vijftig gezamenlijke uren voor een vriendschap, ruim tweehonderd voor een hechte [21, 22].

In de Verenigde Staten zie je wat er gebeurt als die uren verdwijnen. Het aandeel mannen zonder รฉรฉn hechte vriend is sinds 1990 vervijfvoudigd, en het aandeel met zes of meer hechte vrienden halveerde [23]. Een oudere Amerikaanse meting die een nog hardere kaalslag vond, was vermoedelijk een meetfout [24, 25].

Een mannenvriendschap dooft uit als je er niks meer samen in doet.

Waarom het nu misgaat

De vriendschapskrimp is geen karakterfout van deze generatie mannen. De omgeving die vriendschap vanzelf onderhield, is in vijftig jaar afgebroken. Amerikanen brachten in 2003 nog een uur per dag met vrienden door, in 2019 was dat 34 minuten en in 2020 twintig, en de daling was bij mannen steiler dan bij vrouwen [26]. Dat kelderen begon al eerder: in de kwart eeuw voor 2000 daalde het bezoek aan clubbijeenkomsten er met 58 procent en kwamen vrienden ruim een derde minder vaak over de vloer [27]. De derde plek, de vaste kroeg of kantine naast thuis en werk waar je mensen trof zonder afspraak, verdween uit de buurt [28]. En zeg van de kroegcultuur wat je wilt, het drinken was niet gezond, maar het wรกs de plek waar mannen onder elkaar hun ei kwijt konden en konden lachen, zonder dat iemand aankondigde dat er nu gepraat ging worden. Nederland doet rustiger mee, maar wel mee: het lidmaatschap van verenigingen zakte van zo’n 70 naar 62 procent [29], en 58 procent rekent zich inmiddels tot geen enkel geloof [30]. Je hoeft niet gelovig te zijn om te zien wat daarmee ook verdween: een wekelijkse plek waar generaties mannen elkaar troffen zonder dat iemand een reden hoefde te verzinnen. De generatie na ons groeit bovendien op met schermen in plaats van met elkaar [31].

Wat ervoor in de plaats kwam, is de relatie als totaalpakket. Wij verwachten van รฉรฉn partner wat vroeger over een heel netwerk verdeeld was, en dat trekt een huwelijk vaak niet [32]. Binnen dat huwelijk onderhoudt zij meestal de sociale banden [33], dus wie scheidt verliest niet alleen zijn vrouw, maar ook degene die zijn vriendschappen bijhield.

Wat eenzaamheid kost

Over tientallen volgstudies met ruim twee miljoen mensen hangen isolement en eenzaamheid samen met een duidelijk hogere kans om eerder te overlijden [34]. Wie sterke sociale banden heeft, heeft de helft meer kans om de volgperiode te overleven, een effect dat in de buurt komt van roken en alcohol [35]. Het effect is sterker onder de 65 dan erboven [36], en sterker bij mannen dan bij vrouwen [37]. In een Amsterdams cohort van ouderen voorspelde het gevoel van eenzaamheid de sterfte van mannen, en bij vrouwen niet [38]. Of de schade van het gevoel komt of van het feitelijke isolement, is nog niet beslist: een grote Engelse studie vond het omgekeerde [39]. Voor mannen wijzen de data wel opvallend vaak naar het gevoel.

Eenzaamheid en isolement hangen samen met bijna een derde meer hartziekte en beroertes [40], en met ruim anderhalf keer zoveel dementie [41]. Eenzaamheid voorspelt ook latere somberheid, terwijl somberheid in dat onderzoek geen latere eenzaamheid voorspelde [42, 43]. Het mechanisme is bekend. Een eenzaam brein schiet in de waakstand, gaat sociale situaties als bedreigend lezen, slaapt slechter en jaagt de bloeddruk op [44, 45].

Gevoeligheid voor eenzaamheid is voor ongeveer de helft aanleg, blijkt uit Nederlands tweelingonderzoek [46]. De andere helft is omgeving, en met die helft kun je iets. Alleen zijn en eenzaam zijn hangen trouwens maar matig samen [47]. De kluizenaar die floreert bestaat, en de man met een volle agenda die zich nergens gekend voelt ook.

Waarom we er niets aan doen

Als een man in dat gat valt, grijpt hij naar het enige model dat voorhanden is. Een volwassen gesprek over wat mannelijkheid wรฉl is, voeren we nauwelijks, dus blijft de karikatuur over: de eenzame cowboy die nergens om vraagt, alles zelf oplost en in zijn eentje de zon tegemoet rijdt. Dat beeld komt uit films en sigarettenreclame, niet uit de geschiedenis. Mannelijkheid was eeuwenlang collectief georganiseerd, in gilden, schutterijen, loges en clubs, en precies dat verenigingsleven is afgebroken [27, 29].

Daarbij hoort รฉรฉn ding rechtgezet. Dat mannelijkheid iets is dat je kunt verliezen, is geen denkfout van onzekere mannen. Mannelijkheid is positioneel: een positie tussen andere mannen die je opbouwt en ook echt kwijt kunt raken [49]. Die logica is niets om af te leren, en hij werkte prima zolang hij een thuisbasis had. In een vaste groep, de kroeg, het team, de klusploeg, kon je je ei kwijt zonder dat het een gesprek hoefde te heten: zijwaarts, tijdens het doen, met een grap ertussen. Zo delen wij, en dat is geen gebrekkige versie van praten, het is ons kanaal. Maar valt die basis weg, dan blijft de positielogica over zonder de plek waar hij veilig was. Dan is kwetsbaarheid ineens iets voor tegenover vreemden, en dus statusverlies, zeker waar andere mannen bijstaan en het probleem aan je identiteit raakt [50].

De data laten zien waar dat eindigt. Van alle mannelijkheidsnormen is juist de karikatuur, zelfredzaamheid, nergens om vragen, een van de schadelijkste voor mentale gezondheid en hulp zoeken [48]. Hoe klemmer een man daarin vastzit, hoe later en slechter hij hulp zoekt [51], en wie zijn mannelijkheid bedreigd voelt, compenseert eerder dan dat hij praat [52]. Aan belangstelling voor vriendschap ligt het niet; daarin verschillen we niet van vrouwen [11]. Er is niets mis met mannelijkheid. Er is iets mis met de uitgeklede versie die overbleef toen de plekken verdwenen waar hij geleefd werd.

Wat werkt

Hier wordt het onderzoek bruikbaar. Meer ontmoetingsplekken en activiteiten aanbieden doet vrijwel niets, en socialevaardigheidstraining ook nauwelijks. Wat in de meta-analyses veruit het best werkt, is aanpakken hoe iemand sociale situaties leest: dat waakzame brein dat overal afwijzing ziet [53]. Psychologische hulp, meestal in groepen, heeft een klein tot middelgroot effect [54]. Groepen werken beter dan รฉรฉn-op-รฉรฉn, en zelf actief meedoen beter dan bezocht worden [55, 56]. Sporten in clubverband hangt sterker samen met welzijn dan alleen trainen [57]. Mannenwerkplaatsen als de Men’s Sheds, waar je schouder aan schouder klust, passen in dat patroon, al is het bewijs nog dun en vooral verzameld bij vijftigplussers [58, 59]. Ook kleine contacten tellen. Meer praatjes met bekenden in de marge van je dag hangen samen met meer verbondenheid [60], en een paar empathische telefoontjes per week drukten in een gerandomiseerde studie de eenzaamheid binnen vier weken [61]. Alleen voor doorverwijzen via de huisarts naar sociale activiteiten is het bewijs nog zwak [62].

Voor ons mannen is de vertaling simpel. We houden vrienden door samen iets te doen, vriendschap kost uren, en zonder vaste structuur dooft hij uit. Dus werkt wat al die studies samen aanwijzen: een vast team, een vaste klusdag, een vaste wandeling, iets wat terugkomt zonder dat iemand het elke keer hoeft te organiseren. Een praatgroep is daar niet voor nodig.

Een man houdt zijn vrienden door iets met ze in de agenda te zetten.

Referenties

De nummers in de tekst verwijzen naar deze lijst, in volgorde van verschijnen. Bij elke bron staat in รฉรฉn zin wat ze aantoont. Een publicatiejaar is niet het jaar waarin de gegevens zijn verzameld.

Wie er eenzaam zijn

1. Coumans, M., & Groffen, D. (2026). Eenzaamheid in sociaaleconomische en maatschappelijke context. CBS Statistische Trends. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2026/eenzaamheid-in-sociaaleconomische-en-maatschappelijke-context/3-resultaten In 2025 was sterke eenzaamheid het hoogst bij 35- tot 55-jarigen (ruim 12 procent); mannen en vrouwen zijn even vaak sterk eenzaam, mannen vaker sociaal en vrouwen vaker emotioneel.

2. Centraal Bureau voor de Statistiek. (2025). 10 procent van de 15-plussers sterk eenzaam in 2024 [nieuwsbericht 2025/39]. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/39/10-procent-van-de-15-plussers-sterk-eenzaam-in-2024 In 2024 was 9,8 procent van de 15-plussers sterk eenzaam en 29,6 procent enigszins.

3. GGD’en, RIVM & CBS. (2025). Gezondheid van volwassenen en ouderen in beeld: Resultaten Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024. https://www.ggdgv.nl/wp-content/uploads/sites/2/2025/06/Landelijke-rapportage-GM-VO-2024.pdf Onder ruim 454.000 volwassenen was 13 procent sterk eenzaam, het hoogst bij 35- tot 49-jarigen, tegen 8 procent in 2012; door een andere meetmethode niet te vergelijken met de CBS-reeks.

4. Luhmann, M., & Hawkley, L. C. (2016). Age differences in loneliness from late adolescence to oldest old age. Developmental Psychology, 52(6), 943โ€“959. https://doi.org/10.1037/dev0000117 In een representatieve Duitse steekproef van ruim 16.000 mensen is eenzaamheid verhoogd bij jongvolwassenen en bij de alleroudsten.

5. European Commission Joint Research Centre. (2023). Loneliness and social connectedness: Insights from a new EU-wide survey (JRC133351). https://publications.jrc.ec.europa.eu/repository/bitstream/JRC133351/JRC133351_01.pdf In de eerste EU-brede meting in 27 landen voelde 13 procent zich meestal of altijd eenzaam, en Nederland hoort bij de laagst scorende landen, al is dit een online panel en geen kanssteekproef.

6. RIVM & GGD’en. (2023). Resultaten Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022. https://www.rivm.nl/resultaten-gezondheidsmonitor-volwassenen-en-ouderen In 2022 waren mannen vaker sociaal eenzaam dan vrouwen (37 tegen 33 procent) en vrouwen vaker emotioneel eenzaam (31 tegen 28 procent), gemeten eind 2022 in de nasleep van corona.

7. Centraal Bureau voor de Statistiek. (2026). Steeds meer mensen zijn single of hebben een latrelatie [nieuwsbericht 2026/34]. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/34/steeds-meer-mensen-zijn-single-of-hebben-een-latrelatie Single vrouwen noemen zich vaker gelukkig dan single mannen (82 tegen 76 procent), en na een scheiding blijft 68 procent van de vrouwen single tegen 55 procent van de mannen.

8. Leopold, T. (2018). Gender differences in the consequences of divorce: A study of multiple outcomes. Demography, 55(3), 769โ€“797. https://doi.org/10.1007/s13524-018-0667-6 In Duitse paneldata voelde in het scheidingsjaar ruim 40 procent van de mannen zich vaak eenzaam, ongeveer het dubbele van vrouwen, en dat verschil trekt in de jaren erna grotendeels bij.

9. Dykstra, P. A., & Fokkema, T. (2007). Social and emotional loneliness among divorced and married men and women: Comparing the deficit and cognitive perspectives. Basic and Applied Social Psychology, 29(1), 1โ€“12. https://doi.org/10.1080/01973530701330843 Bij ruim 2.200 Nederlanders, gemeten in 1998, waren gescheiden mannen emotioneel en sociaal eenzamer dan gescheiden vrouwen, mede door kleinere steunnetwerken.

Hoe mannenvriendschap werkt

10. Wright, P. H. (1982). Men’s friendships, women’s friendships and the alleged inferiority of the latter. Sex Roles, 8(1), 1โ€“20. https://doi.org/10.1007/BF00287670 Hier begint het onderscheid tussen side-by-side mannenvriendschap en face-to-face vrouwenvriendschap; bij hechte, langdurige vriendschappen vervaagt het verschil.

11. Caldwell, M. A., & Peplau, L. A. (1982). Sex differences in same-sex friendship. Sex Roles, 8(7), 721โ€“732. https://doi.org/10.1007/BF00287568 Van 98 Amerikaanse studenten koos 84 procent van de mannen voor een activiteit met een vriend en 43 procent van de vrouwen, terwijl beide seksen evenveel waarde hechtten aan hechte vriendschap.

12. Dindia, K., & Allen, M. (1992). Sex differences in self-disclosure: A meta-analysis. Psychological Bulletin, 112(1), 106โ€“124. https://doi.org/10.1037/0033-2909.112.1.106 Over 205 studies delen vrouwen maar iets meer over zichzelf dan mannen.

13. Baumeister, R. F., & Sommer, K. L. (1997). What do men want? Gender differences and two spheres of belongingness. Psychological Bulletin, 122(1), 38โ€“44. https://doi.org/10.1037/0033-2909.122.1.38 Vrouwen richten hun sociale leven op hechte tweetallen, mannen op de grotere groep.

14. David-Barrett, T., Rotkirch, A., Carney, J., et al. (2015). Women favour dyadic relationships, but men prefer clubs: Cross-cultural evidence from social networking. PLoS ONE, 10(3), e0118329. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0118329 In ruim 112.000 profielfoto’s uit negen wereldregio’s toonden vrouwen vaker รฉรฉn hechte band en mannen vaker een groep mannen.

15. Vigil, J. M. (2007). Asymmetries in the friendship preferences and social styles of men and women. Human Nature, 18(2), 143โ€“161. https://doi.org/10.1007/s12110-007-9003-3 Mannen organiseren hun sociale leven rond grote, functionele coalities, vrouwen rond intieme, veilige banden.

16. Benenson, J. F., & Christakos, A. (2003). The greater fragility of females’ versus males’ closest same-sex friendships. Child Development, 74(4), 1123โ€“1129. https://doi.org/10.1111/1467-8624.00596 De hechtste vriendschappen van jongens tussen 10 en 15 jaar duurden langer en eindigden minder vaak dan die van meisjes.

17. Wrzus, C., Hรคnel, M., Wagner, J., & Neyer, F. J. (2013). Social network changes and life events across the life span: A meta-analysis. Psychological Bulletin, 139(1), 53โ€“80. https://doi.org/10.1037/a0028601 Over 277 studies groeit het netwerk tot de jongvolwassenheid en krimpt het daarna, vooral aan de kant van vrienden, terwijl familie stabiel blijft.

18. Bhattacharya, K., Ghosh, A., Monsivais, D., Dunbar, R. I. M., & Kaski, K. (2016). Sex differences in social focus across the life cycle in humans. Royal Society Open Science, 3(4), 160097. https://doi.org/10.1098/rsos.160097 In een grote Europese belgegevensset daalt het aantal contacten van mannen sneller met de leeftijd, met eind dertig een omslag waarna vrouwen meer contacten hebben.

19. Roberts, S. G. B., & Dunbar, R. I. M. (2011). The costs of family and friends: An 18-month longitudinal study of relationship maintenance and decay. Evolution and Human Behavior, 32(3), 186โ€“197. https://doi.org/10.1016/j.evolhumbehav.2010.08.005 Over 18 maanden verzwakten bij 25 Britse jongvolwassenen de vriendschappen snel bij minder contact, terwijl familiebanden grotendeels intact bleven.

20. Roberts, S. G. B., & Dunbar, R. I. M. (2015). Managing relationship decay: Network, gender, and contextual effects. Human Nature, 26(4), 426โ€“450. https://doi.org/10.1007/s12110-015-9242-7 Bij vrouwen voorkwam vaker praten het verval van een vriendschap, bij mannen alleen vaker samen dingen doen, gemeten in hetzelfde kleine Britse cohort als de vorige studie.

21. Hall, J. A. (2019). How many hours does it take to make a friend? Journal of Social and Personal Relationships, 36(4), 1278โ€“1296. https://doi.org/10.1177/0265407518761225 Het kost grofweg 50 gezamenlijke uren om van kennis vriend te worden en ruim 200 voor een hechte vriendschap, op basis van achteraf geschatte uren.

22. Dunbar, R. I. M. (2018). The anatomy of friendship. Trends in Cognitive Sciences, 22(1), 32โ€“51. https://doi.org/10.1016/j.tics.2017.10.004 Vriendschappen zijn volgens dit overzicht de belangrijkste factor voor gezondheid en welzijn, maar kosten veel tijd om te maken en te onderhouden.

23. Cox, D. A. (2021). The State of American Friendship: Change, Challenges, and Loss. Survey Center on American Life. https://www.americansurveycenter.org/research/the-state-of-american-friendship/ Het aandeel Amerikaanse mannen zonder hechte vriend is sinds 1990 vervijfvoudigd naar 15 procent en het aandeel met zes of meer hechte vrienden daalde van 55 naar 27 procent, al vergelijkt dat een onlinepanel uit 2021 met een telefoonpeiling uit 1990.

24. McPherson, M., Smith-Lovin, L., & Brashears, M. E. (2006). Social isolation in America: Changes in core discussion networks over two decades. American Sociological Review, 71(3), 353โ€“375. https://doi.org/10.1177/000312240607100301 Tussen 1985 en 2004 zou het gemiddelde aantal vertrouwelingen van Amerikanen zijn gedaald van 2,9 naar 2,1, een omstreden resultaat.

25. Fischer, C. S. (2009). The 2004 GSS finding of shrunken social networks: An artifact? American Sociological Review, 74(4), 657โ€“669. https://doi.org/10.1177/000312240907400408 De kaalslag uit 2004 is waarschijnlijk een meetfout, en Amerikaanse netwerken veranderden tussen 1985 en 2004 vermoedelijk weinig.

Waarom het nu misgaat

26. Kannan, V. D., & Veazie, P. J. (2023). US trends in social isolation, social engagement, and companionship. SSM – Population Health, 21, 101331. https://doi.org/10.1016/j.ssmph.2022.101331 Amerikanen brachten in 2003 gemiddeld 60 minuten per dag sociaal met vrienden door, in 2019 nog 34 en in 2020 nog 20, met een steilere daling bij mannen; tijdsdagboeken meten aanwezigheid, geen kwaliteit, en 2020 is door corona vertekend.

27. Putnam, R. D. (2000). Bowling Alone: The Collapse and Revival of American Community. New York: Simon & Schuster. http://bowlingalone.com/?page_id=11 In de kwart eeuw voor 2000 daalde in de VS het bezoek aan clubbijeenkomsten met 58 procent, samen eten met het gezin met 43 procent en vrienden over de vloer krijgen met 35 procent; Amerikaanse cijfers uit een boek, geen artikel met peer review.

28. Oldenburg, R. (1989). The Great Good Place. New York: Paragon House. https://openlibrary.org/works/OL2231781W Introduceert de derde plek, de informele ontmoetingsplek naast thuis en werk; een conceptueel boek, geen empirisch onderzoek.

29. Groffen, D., & Coumans, M. (2025). Ontwikkelingen in het verenigingsleven. CBS Statistische Trends. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2025/ontwikkelingen-in-het-verenigingsleven In 2023-2024 was 62 procent van de Nederlanders lid van een vereniging, tegen ongeveer 70 procent in 2012-2014, met de sterkste daling bij 25- tot 35-jarigen; sport is het meest voorkomende lidmaatschap.

30. Centraal Bureau voor de Statistiek. (2026). Alleen in Limburg rekent de meerderheid zich nog tot een geloof [nieuwsbericht 2026/11]. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/11/alleen-in-limburg-rekent-de-meerderheid-zich-nog-tot-een-geloof In 2025 rekende 42 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder zich tot een geloof, dus 58 procent niet; zelfrapportage.

31. Twenge, J. M., Spitzberg, B. H., & Campbell, W. K. (2019). Less in-person social interaction with peers among U.S. adolescents in the 21st century and links to loneliness. Journal of Social and Personal Relationships, 36(6), 1892โ€“1913. https://doi.org/10.1177/0265407519836170 Amerikaanse jongeren brachten in de jaren 2010 fors minder tijd face-to-face met leeftijdsgenoten door dan eerdere generaties, terwijl schermtijd steeg; gaat over tieners, niet over mannen van 35-55.

32. Finkel, E. J., Hui, C. M., Carswell, K. L., & Larson, G. M. (2014). The suffocation of marriage: Climbing Mount Maslow without enough oxygen. Psychological Inquiry, 25(1), 1โ€“41. https://doi.org/10.1080/1047840X.2014.863723 Het moderne huwelijk moet steeds hogere behoeften vervullen die vroeger over een breder netwerk verdeeld waren, terwijl stellen er minder tijd in steken; theoretisch model met onderbouwing, geen losse meting.

33. Rosenthal, C. J. (1985). Kinkeeping in the familial division of labor. Journal of Marriage and the Family, 47(4), 965โ€“974. https://doi.org/10.2307/352340 In een Canadese steekproef van veertigplussers had ruim de helft van de families een vast familielid dat iedereen in contact hield, vrijwel altijd een vrouw; รฉรฉn stad, jaren tachtig.

Wat eenzaamheid kost

34. Wang, F., Gao, Y., Han, Z., et al. (2023). A systematic review and meta-analysis of 90 cohort studies of social isolation, loneliness and mortality. Nature Human Behaviour, 7(8), 1307โ€“1319. https://doi.org/10.1038/s41562-023-01617-6 Over 90 volgstudies met 2,2 miljoen volwassenen hing sociaal isolement samen met 32 procent meer sterfte en eenzaamheid met 14 procent.

35. Holt-Lunstad, J., Smith, T. B., & Layton, J. B. (2010). Social relationships and mortality risk: A meta-analytic review. PLoS Medicine, 7(7), e1000316. https://doi.org/10.1371/journal.pmed.1000316 Over 148 studies hadden mensen met sterkere sociale banden 50 procent meer kans de volgperiode te overleven, vergelijkbaar met bekende risicofactoren als roken en alcohol.

36. Holt-Lunstad, J., Smith, T. B., Baker, M., Harris, T., & Stephenson, D. (2015). Loneliness and social isolation as risk factors for mortality: A meta-analytic review. Perspectives on Psychological Science, 10(2), 227โ€“237. https://doi.org/10.1177/1745691614568352 Na correctie hingen isolement, eenzaamheid en alleen wonen samen met 26 tot 32 procent meer sterfte, met sterkere effecten onder de 65.

37. Rico-Uribe, L. A., Caballero, F. F., Martรญn-Marรญa, N., Cabello, M., Ayuso-Mateos, J. L., & Miret, M. (2018). Association of loneliness with all-cause mortality: A meta-analysis. PLoS ONE, 13(1), e0190033. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0190033 Over 35 studies voorspelde eenzaamheid bij mannen 44 procent extra sterfte en bij vrouwen 26 procent, al overlappen de marges.

38. Holwerda, T. J., Beekman, A. T. F., Deeg, D. J. H., et al. (2012). Increased risk of mortality associated with social isolation in older men: Only when feeling lonely? Results from the Amsterdam Study of the Elderly (AMSTEL). Psychological Medicine, 42(4), 843โ€“853. https://doi.org/10.1017/S0033291711001772 Bij ruim 4.000 Amsterdamse 65- tot 84-jarigen voorspelde het gevoel van eenzaamheid na tien jaar de sterfte van mannen, en niet die van vrouwen.

39. Steptoe, A., Shankar, A., Demakakos, P., & Wardle, J. (2013). Social isolation, loneliness, and all-cause mortality in older men and women. PNAS, 110(15), 5797โ€“5801. https://doi.org/10.1073/pnas.1219686110 Bij 6.500 Engelse vijftigplussers voorspelde feitelijk isolement de sterfte en het gevoel van eenzaamheid niet, het spiegelbeeld van de Amsterdamse studie.

40. Valtorta, N. K., Kanaan, M., Gilbody, S., Ronzi, S., & Hanratty, B. (2016). Loneliness and social isolation as risk factors for coronary heart disease and stroke. Heart, 102(13), 1009โ€“1016. https://doi.org/10.1136/heartjnl-2015-308790 Over 16 langlopende datasets hingen gebrekkige sociale banden samen met 29 procent meer hartziekte en 32 procent meer beroertes.

41. Kuiper, J. S., Zuidersma, M., Oude Voshaar, R. C., et al. (2015). Social relationships and risk of dementia: A systematic review and meta-analysis of longitudinal cohort studies. Ageing Research Reviews, 22, 39โ€“57. https://doi.org/10.1016/j.arr.2015.04.006 Over 19 volgstudies hing eenzaamheid samen met ruim anderhalf keer zoveel dementie.

42. Cacioppo, J. T., Hawkley, L. C., & Thisted, R. A. (2010). Perceived social isolation makes me sad: 5-year cross-lagged analyses of loneliness and depressive symptomatology. Psychology and Aging, 25(2), 453โ€“463. https://doi.org/10.1037/a0017216 Over vijf jaar voorspelde eenzaamheid latere depressieve klachten, en depressie geen latere eenzaamheid.

43. Erzen, E., & ร‡ikrikci, ร–. (2018). The effect of loneliness on depression: A meta-analysis. International Journal of Social Psychiatry, 64(5), 427โ€“435. https://doi.org/10.1177/0020764018776349 Over 88 studies heeft eenzaamheid een matig, robuust verband met depressie.

44. Hawkley, L. C., & Cacioppo, J. T. (2010). Loneliness matters: A theoretical and empirical review of consequences and mechanisms. Annals of Behavioral Medicine, 40(2), 218โ€“227. https://doi.org/10.1007/s12160-010-9210-8 Eenzaamheid zet het brein in een waakstand voor sociale dreiging, verslechtert de slaap en ontregelt het stresssysteem.

45. Hawkley, L. C., Thisted, R. A., Masi, C. M., & Cacioppo, J. T. (2010). Loneliness predicts increased blood pressure. Psychology and Aging, 25(1), 132โ€“141. https://doi.org/10.1037/a0017805 Eenzaamheid voorspelde over vier jaar een oplopende bovendruk, los van leeftijd en gezondheidsgedrag.

46. Boomsma, D. I., Willemsen, G., Dolan, C. V., Hawkley, L. C., & Cacioppo, J. T. (2005). Genetic and environmental contributions to loneliness in adults: The Netherlands Twin Register study. Behavior Genetics, 35(6), 745โ€“752. https://doi.org/10.1007/s10519-005-6040-8 Bij ruim 8.000 Nederlandse tweelingen was 48 procent van de verschillen in eenzaamheid erfelijk, bij mannen en vrouwen gelijk.

47. Matthews, T., Danese, A., Wertz, J., et al. (2016). Social isolation, loneliness and depression in young adulthood: A behavioural genetic analysis. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology, 51(3), 339โ€“348. https://doi.org/10.1007/s00127-016-1178-7 Bij Britse 18-jarigen hingen feitelijk isolement en het gevoel van eenzaamheid maar matig samen.

Waarom we er niets aan doen

48. Wong, Y. J., Ho, M.-H. R., Wang, S.-Y., & Miller, I. S. K. (2017). Meta-analyses of the relationship between conformity to masculine norms and mental health-related outcomes. Journal of Counseling Psychology, 64(1), 80โ€“93. https://doi.org/10.1037/cou0000176 Over 78 steekproeven met 19.453 mannen hing conformeren aan mannelijkheidsnormen samen met slechtere mentale gezondheid en minder hulp zoeken, met zelfredzaamheid als een van de meest consistent schadelijke normen; correlationeel.

49. Vandello, J. A., & Bosson, J. K. (2013). Hard won and easily lost: A review and synthesis of theory and research on precarious manhood. Psychology of Men & Masculinity, 14(2), 101โ€“113. https://doi.org/10.1037/a0029826 Mannelijkheid wordt gezien als een status die publiek verdiend en bewezen moet worden en weer verloren kan gaan, wat bij dreiging risicogedrag uitlokt; overzichtsartikel, vooral Amerikaanse experimenten.

50. Addis, M. E., & Mahalik, J. R. (2003). Men, masculinity, and the contexts of help seeking. American Psychologist, 58(1), 5โ€“14. https://doi.org/10.1037/0003-066X.58.1.5 Mannen mijden hulp vooral als het probleem aan hun identiteit raakt en hulp vragen status kost tegenover andere mannen.

51. Seidler, Z. E., Dawes, A. J., Rice, S. M., Oliffe, J. L., & Dhillon, H. M. (2016). The role of masculinity in men’s help-seeking for depression: A systematic review. Clinical Psychology Review, 49, 106โ€“118. https://doi.org/10.1016/j.cpr.2016.09.002 Over 37 studies hangt sterkere binding aan traditionele mannelijkheidsnormen samen met minder, later en slechter hulp zoeken bij sombere klachten.

52. Breakspear, R.-M., Bindal, Z., Chen, F. S., & Schmader, T. (2026). Easy to lose and risky to regain? A scoping review of experimentally manipulated masculinity threat and men’s health. American Journal of Men’s Health, 20(4). https://doi.org/10.1177/15579883261473332 Over 38 experimenten reageren mannen op een bedreigd mangevoel vaker met compensatiegedrag dan met hulp zoeken.

Wat werkt

53. Masi, C. M., Chen, H.-Y., Hawkley, L. C., & Cacioppo, J. T. (2011). A meta-analysis of interventions to reduce loneliness. Personality and Social Psychology Review, 15(3), 219โ€“266. https://doi.org/10.1177/1088868310377394 Meer ontmoetingsgelegenheid en vaardigheidstraining deden vrijwel niets, en het aanpakken van hoe eenzame mensen sociale situaties lezen had veruit het grootste effect, al rust dat op vier gerandomiseerde studies.

54. Hickin, N., Kรคll, A., Shafran, R., Sutcliffe, S., Manzotti, G., & Langan, D. (2021). The effectiveness of psychological interventions for loneliness: A systematic review and meta-analysis. Clinical Psychology Review, 88, 102066. https://doi.org/10.1016/j.cpr.2021.102066 Over 28 gerandomiseerde studies verminderden psychologische interventies, meestal cognitief-gedragsmatig en in groepen, de eenzaamheid met een klein tot middelgroot effect.

55. Dickens, A. P., Richards, S. H., Greaves, C. J., & Campbell, J. L. (2011). Interventions targeting social isolation in older people: A systematic review. BMC Public Health, 11, 647. https://doi.org/10.1186/1471-2458-11-647 Bij ouderen verbeterden groepsinterventies vaker iets dan รฉรฉn-op-รฉรฉnhulp, en werkte actief meedoen vaker dan bezocht worden.

56. Haslam, C., Cruwys, T., Chang, M. X.-L., et al. (2019). GROUPS 4 HEALTH reduces loneliness and social anxiety in adults with psychological distress: Findings from a randomized controlled trial. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 87(9), 787โ€“801. https://doi.org/10.1037/ccp0000427 Een programma dat mensen leert groepslidmaatschappen op te bouwen en te onderhouden, verminderde eenzaamheid sterker dan gebruikelijke zorg, in een studie met 120 deelnemers van de eigen ontwikkelaars.

57. Eime, R. M., Young, J. A., Harvey, J. T., Charity, M. J., & Payne, W. R. (2013). A systematic review of the psychological and social benefits of participation in sport for adults. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 10, 135. https://doi.org/10.1186/1479-5868-10-135 Sporten in club- of teamverband hangt sterker samen met welzijn dan individueel bewegen.

58. Sieusahai, J. K. (2026). The role of activity engagement, social connection, and masculinity norms in men’s shed outcomes for male mental health: A narrative review. Frontiers in Public Health, 14, 1884564. https://doi.org/10.3389/fpubh.2026.1884564 Over 20 studies hangt meedoen aan Men’s Sheds samen met minder isolement en meer welzijn, vooral bij vijftigplussers, al richtte de auteur zelf een Men’s Shed op.

59. Milligan, C., Neary, D., Payne, S., Hanratty, B., Irwin, P., & Dowrick, C. (2016). Older men and social activity: A scoping review of Men’s Sheds and other gendered interventions. Ageing and Society, 36(5), 895โ€“923. https://doi.org/10.1017/S0144686X14001524 Een onafhankelijk overzicht van 31 publicaties vindt aanwijzingen dat Men’s Sheds oudere mannen goed doen, maar geen sluitend bewijs.

60. Sandstrom, G. M., & Dunn, E. W. (2014). Social interactions and well-being: The surprising power of weak ties. Personality and Social Psychology Bulletin, 40(7), 910โ€“922. https://doi.org/10.1177/0146167214529799 Op dagen met meer korte contacten met bekenden in de marge voelden mensen zich gelukkiger en meer verbonden.

61. Kahlon, M. K., Aksan, N., Aubrey, R., et al. (2021). Effect of layperson-delivered, empathy-focused program of telephone calls on loneliness, depression, and anxiety. JAMA Psychiatry, 78(6), 616โ€“622. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2021.0113 In een gerandomiseerde studie verminderden enkele empathische telefoontjes per week de eenzaamheid binnen vier weken, bij overwegend oudere, vrouwelijke Amerikanen.

62. Bickerdike, L., Booth, A., Wilson, P. M., Farley, K., & Wright, K. (2017). Social prescribing: Less rhetoric and more reality. A systematic review of the evidence. BMJ Open, 7(4), e013384. https://doi.org/10.1136/bmjopen-2016-013384 Vijftien Britse evaluaties van doorverwijzen via de huisarts naar sociale activiteiten waren positief, maar allemaal met een hoog risico op vertekening.