Mannelijke psychologie & sociologie

De wetenschap over mannelijkheid

Wat meer dan 95 onderzoeken ons leren over sekseverschillen, seksualiteit, risico, volwassenheid en wat het betekent om man te zijn.

Laatst bijgewerkt: 27 september 2026

Kort antwoord: vrouw zijn wordt in bijna alle culturen gezien als iets wat je bent, man zijn als iets wat je moet verdienen. Dat gaat terug op wat seks kost: voor een vrouw tienduizenden jaren lang zwangerschap en levensgevaar, voor een man bijna niets. Daaruit volgen grote verschillen in hoe mannen en vrouwen naar seks, dingen en risico kijken, en die worden in egalitaire landen niet kleiner. De man presenteert, de vrouw selecteert, en volwassen mannelijkheid betekent overal verantwoordelijkheid dragen voor anderen.

Vrouw zijn wordt in bijna alle culturen gezien als iets wat je bent. Man zijn moet je verdienen, en je kunt het weer verliezen. Dat heeft een biologische basis: bij een vrouw is de reproductieve waarde gegeven, bij een man moet hij worden bewezen. Culturen maken daar een examen van, en wat een man te bewijzen heeft, is overal ongeveer hetzelfde.

Waarom dit lastig te meten is

Onderzoek naar mannen en vrouwen heeft drie valkuilen. Veel ervan leunt op wat mensen over zichzelf rapporteren. De meeste studies vergelijken landen op รฉรฉn moment, waardoor je niet ziet wat oorzaak is en wat gevolg [1]. En het debat is zo gepolitiseerd dat een kernbegrip als 'toxic masculinity' in meer dan de helft van de artikelen niet eens wordt gedefinieerd [2]. De meeste psychologische verschillen tussen de seksen zijn klein [3]. Een paar zijn dat niet: die zijn fundamenteel en bepalen een andere levensloop voor mannen en vrouwen [4].

Wat seks kost

Het fundament is wat seks kost. Voor een vrouw betekent seks mogelijk negen maanden zwangerschap, een bevalling en jaren borstvoeding, en ze kan in haar leven maar een beperkt aantal kinderen krijgen. Een man kan in theorie onbeperkt kinderen verwekken [5]. Doordat we rechtop lopen en een groot brein hebben, is de menselijke bevalling bovendien uitzonderlijk moeilijk [6, 7]. Tienduizenden jaren lang was elke zwangerschap levensgevaarlijk: bij jager-verzamelaars sterft een moeder bij ongeveer รฉรฉn op de 55 tot 150 bevallingen [8], in Zweden rond 1750 bij รฉรฉn op de honderd [9], en een Engelse vrouw had tot 1800 een kans van รฉรฉn op achttien om in het kraambed te sterven [10]. Nu zijn dat er in Nederland ongeveer zes per honderdduizend [11, 12], en de pil bestaat pas sinds begin jaren zestig [13]. Twee, drie generaties tegenover tienduizenden jaren.

Het is dus heel begrijpelijk dat mannen en vrouwen anders naar seks kijken. Toen een onbekende op een Amerikaanse campus seks voorstelde, zei 75 procent van de mannen ja en geen enkele vrouw [14]. In Denemarken, Frankrijk en Duitsland komt hetzelfde uit [15, 16, 17]. Mannen willen in alle 52 onderzochte landen meer sekspartners, en hebben overal meer zin in seks [18, 19]. Een deel is cultuur die nog op het oude risico is gebouwd: haal je het gevaar weg, dan zeggen vrouwen veel vaker ja, al blijven mannen meer partners kiezen [20, 21].

Hoe groot het verschil is, zie je het scherpst bij homoseksuelen, waar de ene sekse geen rekening hoeft te houden met de andere [22, 23]. Britse homomannen hebben in hun leven een mediaan van 19 sekspartners, heteromannen 6 [24]. Mannen met seks met mannen hadden gemiddeld 24 partners van hun eigen sekse, vrouwen met seks met vrouwen gemiddeld 3 [25, 26]. In Nederland had in een half jaar 45 procent van de mannen die alleen op mannen vallen twee of meer sekspartners, tegen 11 procent van de vrouwen die alleen op vrouwen vallen [27]. Zonder vrouwen die selecteren, laten mannen zien hoe mannelijke seksualiteit eruitziet.

Voor een vrouw heeft seks tienduizenden jaren lang het risico op de dood meegedragen, en dat zit nog in hoe mannen en vrouwen ernaar kijken.

Dingen, mensen en risico

Het grootste psychologische verschil buiten seks is dat mannen gemiddeld meer geรฏnteresseerd zijn in dingen en vrouwen in mensen, en dat zie je terug in hun beroepskeuze [28, 29]. Het tweede is risico. Omdat een veel groter deel van de mannen dan van de vrouwen zich nooit voortplantte, loonde het voor mannen om meer op het spel te zetten [30, 31]. Jonge mannen zonder werk of partner nemen de grootste risico's, en in de vroege volwassenheid sterven drie mannen op รฉรฉn vrouw [32, 33]. Van de Nederlandse verkeersdoden en verdronkenen is driekwart man [34, 35, 36].

Groter in egalitaire landen

Je zou verwachten dat die verschillen kleiner worden naarmate een land egalitairder en rijker is. Het omgekeerde is het geval. In 26, 55 en 76 landen zijn de verschillen in persoonlijkheid en voorkeuren het grootst in de welvarende, egalitaire landen [37, 38, 39, 40]. Het verschil tussen dingen en mensen blijft overal even groot, en ook in bรจtastudies kiezen vrouwen in egalitaire landen relatief minder vaak voor techniek, al is dat laatste omstreden [29, 41, 42]. De enige uitzondering is seks zonder vaste relatie: daar wordt het verschil in egalitaire landen iets kleiner, juist waar veiligheid en anticonceptie het meest veranderen [43]. Wat dat patroon veroorzaakt, is nog niet beslecht [44].

Nature en nurture

Een deel zit er vanaf het begin in. Meisjes die voor de geboorte extra mannelijke hormonen kregen, spelen vaker met jongensspeelgoed, ook als hun ouders ze juist voor poppen belonen [45, 46]. Jonge apen kiezen langs dezelfde lijn [47, 48]. Baby's van drie tot acht maanden kijken al langer naar speelgoed dat bij hun geslacht hoort, lang voordat ze weten of ze jongen of meisje zijn [49, 50], en het verschil in speelgoedvoorkeur is een van de grootste die de psychologie kent [51]. Jongens stoeien en ravotten in alle onderzochte culturen veel meer dan meisjes [52, 53]. Roze en blauw zijn wel aangeleerd [50], en het bekende idee dat pasgeboren meisjes langer naar gezichten kijken, houdt geen stand [54].

De man presenteert, de vrouw selecteert

Daaruit volgt hoe de rolverdeling werkt. De man presenteert, de vrouw selecteert. Op datingsites komt meer dan 80 procent van de eerste berichten van mannen, in een cafรฉ geven vrouwen met kleine signalen aan wie er mag komen, en wat er uiteindelijk gebeurt, volgt vooral haar keuze [55, 56, 57, 58]. Als diersoort is dat logisch. Een groep van รฉรฉn man en dertig vrouwen overleeft; een groep van dertig mannen en รฉรฉn vrouw sterft uit.

Wat een man moet laten zien, is in bijna alle culturen hetzelfde: hij verwekt, voorziet en beschermt, en geeft meer dan hij neemt [59]. Mensen offeren ook eerder een man op dan een vrouw [60]. En in wie er gekozen wordt, zie je dat drietal terug: mannen die voorzien, fysiek capabel zijn en in anderen investeren, vinden vaker een partner en krijgen meer kinderen [61, 62, 63, 64]. Pas als je dat ziet, snap je waarom mannelijkheid verloren kan gaan. Wie niet meer voorziet of beschermt, verliest in de ogen van anderen iets wat een vrouw niet kan verliezen. In 62 landen geloven vrouwen dat even sterk als mannen, en waar mannelijkheid breekbaarder wordt gezien, is de gezondheid van mannen slechter [65, 66, 67].

Van jongen naar man

Daarom hadden veel samenlevingen een ritueel voor de overgang van jongen naar man, en dat ritueel zag er anders uit dan bij meisjes [68, 69]. Zodra een meisje vruchtbaar wordt, draagt zij de gevolgen van seks: een zwangerschap is haar verantwoordelijkheid, of ze wil of niet. Haar overgang werd dan ook meestal alleen, binnen het gezin en rond de eerste menstruatie gemarkeerd. Bij een jongen komt die verantwoordelijkheid niet vanzelf. Neemt hij haar niet, dan blijft hij een prutser, of heeft het dorp last van een losgeslagen jonge man. De verantwoordelijkheid moet bij hem dus actief worden neergelegd. Daarom gingen jongens in groepen, meestal met pijn of angst, en was het thema verantwoordelijkheid en bijdragen aan de gemeenschap [70, 71].

In het Westen zijn die rituelen verdwenen, volwassenheid is een lange tussenfase geworden, en jongens lopen achter in onderwijs [72, 73]. Dat een gerichte aanpak kan werken, liet een groepsprogramma in Chicago zien dat jongens leerde af te remmen voordat ze reageerden: tijdens het programma halveerde het aantal arrestaties voor geweld [74].

Hoe er nu over mannelijkheid gepraat wordt

De afgelopen tien jaar is mannelijkheid in wetenschap en media verworden tot een karikatuur. De term 'toxic masculinity' werd tot 2011 hooguit twintig keer per jaar gebruikt en na 2017 duizenden keren [2]. De Amerikaanse psychologenvereniging noemde 'traditionele mannelijkheid' in 2018 schadelijk voor mannen [75, 76]. Mannelijkheid wordt zo gelijkgesteld aan machismo, en daarmee wordt bijna elke man verdacht.

Het onderzoek zelf is preciezer. Van alle klassieke mannelijke normen gaan er drie samen met slechtere mentale gezondheid: alles alleen willen oplossen, macht over vrouwen willen hebben en seksuele veroveringen najagen [77]. Die drie zijn goed te verklaren, en geen van drieรซn is de kern van mannelijkheid.

Macht over vrouwen komt voort uit een evolutionair feit: een vrouw weet zeker dat het kind van haar is, een man niet. In werkelijkheid is maar ongeveer รฉรฉn op de vijftig kinderen niet van de vermoedelijke vader [78, 79], maar de onzekerheid is er altijd. Mannen raken daarom gemiddeld meer van streek door seksuele ontrouw, en in veel culturen draait een hele set regels om maagdelijkheid en zuiverheid, van de witte trouwjurk tot aparte menstruatiehutten, die aantoonbaar de vaderschapszekerheid vergroten [80, 81, 82]. Moeders zeggen ook veel vaker dat hun baby op de vader lijkt, al lijken baby's in werkelijkheid niet vaker op hun vader [83, 84, 85]. Wat vroeger vaderschap veiligstelde, wordt in een moderne relatie controle, en die controle schaadt.

Alles alleen willen oplossen is eerder een gevolg van de karikatuur. In jager-verzamelaarssamenlevingen werken mannen juist in groepen samen, met mannen die vaak geen familie zijn, en zien ze in hun leven honderden andere mannen gereedschap maken [86, 87, 88]. Mannen dragen meer bij aan hun groep zodra die met een andere groep concurreert, en repareren na een wedstrijd sneller de band met hun tegenstander [89, 90]. Emotionele beheersing is een kracht. Ze wordt pas onvolwassen als ze verandert in nooit hulp vragen, en daar meet het onderzoek de schade [77]. De karikatuur is dus eerder een teken dat er voor volwassen mannelijkheid weinig plek is dan een beschrijving van wat mannelijkheid is.

Volwassen en onvolwassen mannelijkheid

Volwassen mannelijkheid is meetbaar. Tussen je twintigste en veertigste word je consciรซntieuzer, stabieler en zelfverzekerder, vooral doordat je volwassen rollen op je neemt: werk, een partner, kinderen [91, 92, 93]. Wat mensen overal het eerst noemen als teken van volwassenheid, is verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van je daden [94]. Zorg voor de volgende generatie is te meten, en bij vaders die veel zorgen, daalt zelfs het testosteron [95, 96].

Volwassen mannelijkheid is geen machismo en geen karikatuur, maar verantwoordelijkheid dragen voor anderen: voorzien, beschermen en bijdragen, samen met andere mannen, met de beheersing om dat vol te houden en het verstand om hulp te vragen als het nodig is.


Referenties

De nummers in de tekst verwijzen naar deze lijst, in volgorde van verschijnen. Bij elke bron staat in รฉรฉn zin wat ze aantoont. Een publicatiejaar is niet het jaar waarin de gegevens zijn verzameld.

Waarom dit lastig te meten is

  1. Fors Connolly, F., Goossen, M., & Hjerm, M. (2020). Does gender equality cause gender differences in values? Reassessing the gender-equality-personality paradox. Sex Roles, 83, 101โ€“113. https://doi.org/10.1007/s11199-019-01097-x
    Vergelijk je landen op รฉรฉn moment, dan zie je iets anders dan wanneer je dezelfde landen door de tijd volgt.

  2. Harrington, C. (2021). What is 'toxic masculinity' and why does it matter? Men and Masculinities, 24(2), 345โ€“352. https://doi.org/10.1177/1097184X20943254
    De term werd tot 2011 hooguit twintig keer per jaar gebruikt en na 2017 duizenden keren, en meer dan de helft van 60 wetenschappelijke artikelen definieerde hem niet.

  3. Hyde, J. S. (2005). The gender similarities hypothesis. American Psychologist, 60(6), 581โ€“592. https://doi.org/10.1037/0003-066X.60.6.581
    Van 124 onderzochte psychologische verschillen is 78 procent klein of vrijwel nul.

  4. Hyde, J. S. (2014). Gender similarities and differences. Annual Review of Psychology, 65, 373โ€“398.
    De grote uitzonderingen zijn onder meer interesse in dingen of mensen en houding tegenover losse seks.

Wat seks kost

  1. Trivers, R. L. (1972). Parental investment and sexual selection. In B. Campbell (red.), Sexual Selection and the Descent of Man 1871โ€“1971 (pp. 136โ€“179). Chicago: Aldine.
    Het geslacht dat het meest in nakomelingen investeert, wordt de schaarse factor waarom het andere geslacht concurreert.

  2. Washburn, S. L. (1960). Tools and human evolution. Scientific American, 203(3), 62โ€“75. https://doi.org/10.1038/scientificamerican0960-62
    Rechtop lopen en een groter brein botsen bij de geboorte: het geboortekanaal werd smaller terwijl het hoofd groeide.

  3. Rosenberg, K., & Trevathan, W. (2002). Birth, obstetrics and human evolution. BJOG, 109(11), 1199โ€“1206. https://doi.org/10.1046/j.1471-0528.2002.00010.x
    De menselijke bevalling is uitzonderlijk moeilijk, en hulp bij de geboorte is daarom bijna universeel.

  4. Pfeiffer, S., Doyle, L. E., Kurki, H. K., Harrington, L., Ginter, J. K., & Merritt, C. E. (2014). Discernment of mortality risk associated with childbirth in archaeologically derived forager skeletons. International Journal of Paleopathology, 7, 15โ€“24. https://doi.org/10.1016/j.ijpp.2014.05.005
    In prehistorische graven sterven jonge vrouwen vaker dan jonge mannen, en bij levende jager-verzamelaars sterft een moeder bij ongeveer รฉรฉn op de 55 tot 150 bevallingen.

  5. Hรถgberg, U., & Wall, S. (1986). Secular trends in maternal mortality in Sweden from 1750 to 1980. Bulletin of the World Health Organization, 64(1), 79โ€“84. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC2490919/
    In Zweden stierf rond 1750 ongeveer รฉรฉn op de honderd moeders bij de bevalling, in 1980 zes op de honderdduizend.

  6. Reid, A. (2024). How dangerous was childbirth in the past? Cambridge Group for the History of Population and Social Structure.
    Een getrouwde Engelse vrouw had tussen 1550 en 1800 een kans van ongeveer รฉรฉn op achttien om in het kraambed te sterven.

  7. Kallianidis, A. F., et al. (2022). Confidential enquiry into maternal deaths in the Netherlands, 2006โ€“2018. Acta Obstetricia et Gynecologica Scandinavica. https://doi.org/10.1111/aogs.14312
    In Nederland sterven nu ongeveer zes moeders per honderdduizend geboorten.

  8. World Health Organization (2025). Maternal mortality (fact sheet). https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/maternal-mortality
    Wereldwijd stierven in 2023 ongeveer 260.000 vrouwen aan zwangerschap of bevalling, vooral in arme landen.

  9. Zwiers, M. (2023). De pil in Nederland. Demos, NIDI.
    De pil kwam begin jaren zestig op de markt (Lyndiol, Organon), werd in 1971 vergoed en werd in 1975 gebruikt door 40 procent van de vrouwen tussen 15 en 44.

  10. Clark, R. D., & Hatfield, E. (1989). Gender differences in receptivity to sexual offers. Journal of Psychology & Human Sexuality, 2(1), 39โ€“55. https://doi.org/10.1300/J056v02n01_04
    Toen een onbekende op de campus seks voorstelde, zei 75 procent van de mannen ja en geen enkele vrouw.

  11. Hald, G. M., & Hรธgh-Olesen, H. (2010). Receptivity to sexual invitations from strangers of the opposite gender. Evolution and Human Behavior, 31(6), 453โ€“458. https://doi.org/10.1016/j.evolhumbehav.2010.07.004
    In Denemarken zei 59 procent van de single mannen ja en geen enkele single vrouw.

  12. Guรฉguen, N. (2011). Effects of solicitor sex and attractiveness on receptivity to sexual offers: a field study. Archives of Sexual Behavior, 40(5), 915โ€“919. https://doi.org/10.1007/s10508-011-9750-4
    In Frankrijk zei de grote meerderheid van de mannen ja en op รฉรฉn na geen enkele vrouw.

  13. Kunz, S., & Greitemeyer, T. (2024). Gender differences in receptivity to sexual invitations: two naturalistic replication studies. Journal of Social Psychology, 165(4), 511โ€“524. https://doi.org/10.1080/00224545.2024.2439950
    Ook in recente Duitse replicaties zeggen mannen vele malen vaker ja dan vrouwen.

  14. Schmitt, D. P., et al. (2003). Universal sex differences in the desire for sexual variety: tests from 52 nations, 6 continents, and 13 islands. Journal of Personality and Social Psychology, 85(1), 85โ€“104. https://doi.org/10.1037/0022-3514.85.1.85
    Bij 16.288 mensen willen mannen in alle regio's meer sekspartners; in West-Europa wil 23 procent van de mannen er volgende maand meer dan รฉรฉn, tegen 6 procent van de vrouwen.

  15. Lippa, R. A. (2009). Sex differences in sex drive, sociosexuality, and height across 53 nations. Archives of Sexual Behavior, 38(5), 631โ€“651. https://doi.org/10.1007/s10508-007-9242-8
    Bij ruim 200.000 mensen hebben mannen in alle landen een duidelijk hogere zin in seks.

  16. Baranowski, A. M., & Hecht, H. (2015). Gender differences and similarities in receptivity to sexual invitations: effects of location and risk perception. Archives of Sexual Behavior, 44(8), 2257โ€“2265. https://doi.org/10.1007/s10508-015-0520-6
    Haal je het risico weg, via een zogenaamd datingbureau, dan zegt 97 procent van de vrouwen ja tegen minstens รฉรฉn man, al kiezen mannen gemiddeld meer partners.

  17. Conley, T. D. (2011). Perceived proposer personality characteristics and gender differences in acceptance of casual sex offers. Journal of Personality and Social Psychology, 100(2), 309โ€“329. https://doi.org/10.1037/a0022152
    Vrouwen verwachten bij een onbekende man meer gevaar en minder genot, en krijgen meer afkeuring als ze ja zeggen.

  18. Symons, D. (1979). The Evolution of Human Sexuality. New York: Oxford University Press.
    Homoseksuele mannen en vrouwen laten zien hoe mannelijke en vrouwelijke seksualiteit eruitziet zonder de compromissen die een relatie met de andere sekse vraagt.

  19. Bailey, J. M., Gaulin, S., Agyei, Y., & Gladue, B. A. (1994). Effects of gender and sexual orientation on evolutionarily relevant aspects of human mating psychology. Journal of Personality and Social Psychology, 66(6), 1081โ€“1093. https://doi.org/10.1037/0022-3514.66.6.1081
    Homoseksuele mannen en vrouwen scoren op de meeste maten van partnerpsychologie zoals heteroseksuelen van hun eigen sekse.

  20. Mercer, C. H., et al. (2016). The health and well-being of men who have sex with men (MSM) in Britain: evidence from Natsal-3. BMC Public Health, 16, 525. https://doi.org/10.1186/s12889-016-3149-z
    Britse homomannen hebben in hun leven een mediaan van 19 sekspartners, heteromannen 6, al heeft ook een flink deel van de homomannen er juist weinig.

  21. Mercer, C. H., et al. (2013). Changes in sexual attitudes and lifestyles in Britain through the life course and over time: Natsal-3. The Lancet, 382(9907), 1781โ€“1794; en Natsal-3 Reference Tables (NatCen, 2013).
    Britse mannen met seks met mannen hadden gemiddeld 24 partners van hun eigen sekse, vrouwen met seks met vrouwen gemiddeld 3.

  22. Grulich, A. E., de Visser, R. O., Smith, A. M. A., Rissel, C. E., & Richters, J. (2003). Sex in Australia: homosexual experience and recent homosexual encounters. Australian and New Zealand Journal of Public Health, 27(2), 155โ€“163. https://doi.org/10.1111/j.1467-842X.2003.tb00803.x
    In Australiรซ hadden mannen met homoseksuele ervaring gemiddeld 32 partners van hun eigen sekse, vrouwen 3.

  23. Nikkelen, S., Tijdink, S., de Graaf, H., & Bakker, B. (2019). Seksuele gezondheid van lesbische, homoseksuele en biseksuele personen in Nederland anno 2017. Utrecht: Rutgers.
    In Nederland had in het afgelopen half jaar 45 procent van de mannen die alleen op mannen vallen twee of meer sekspartners, tegen 11 procent van de vrouwen die alleen op vrouwen vallen en 4 tot 6 procent van de heteroseksuelen.

Dingen, mensen en risico

  1. Su, R., Rounds, J., & Armstrong, P. I. (2009). Men and things, women and people: a meta-analysis of sex differences in interests. Psychological Bulletin, 135(6), 859โ€“884. https://doi.org/10.1037/a0017364
    Bij ruim een half miljoen mensen is het verschil in interesse voor dingen tegenover mensen groot (d = 0,93).

  2. Lippa, R. A. (2010). Sex differences in personality traits and gender-related occupational preferences across 53 nations. Archives of Sexual Behavior, 39(3), 619โ€“636. https://doi.org/10.1007/s10508-008-9380-7
    Het verschil in beroepsvoorkeur is zeer groot (d = 1,40) en in egalitaire landen niet kleiner.

  3. Wilder, J. A., Mobasher, Z., & Hammer, M. F. (2004). Genetic evidence for unequal effective population sizes of human females and males. Molecular Biology and Evolution, 21(11), 2047โ€“2057. https://academic.oup.com/mbe/article/21/11/2047/1147770
    Het DNA wijst op ongeveer twee keer zoveel vrouwen als mannen die nakomelingen nalieten.

  4. Brown, G. R., Laland, K. N., & Borgerhoff Mulder, M. (2009). Bateman's principles and human sex roles. Trends in Ecology & Evolution, 24(6), 297โ€“304.
    In polygame samenlevingen is de spreiding in het aantal kinderen van mannen tot bijna vijf keer die van vrouwen.

  5. Wilson, M., & Daly, M. (1985). Competitiveness, risk taking, and violence: the young male syndrome. Ethology and Sociobiology, 6(1), 59โ€“73. https://doi.org/10.1016/0162-3095(85)90041-X
    Jonge mannen zonder werk of partner nemen de grootste risico's.

  6. Kruger, D. J., & Nesse, R. M. (2004). Sexual selection and the male:female mortality ratio. Evolutionary Psychology, 2(1). https://doi.org/10.1177/147470490400200112
    In de vroege volwassenheid sterven drie mannen op รฉรฉn vrouw, en bij ongelukken en geweld nog meer.

  7. CBS (2026). Meer verkeersdoden in 2025. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/15/meer-verkeersdoden-in-2025
    Van de 759 Nederlandse verkeersdoden in 2025 was 76 procent man.

  8. CBS (2024). Verdrinkingen 2015โ€“2024 (maatwerktabel).
    Van de onopzettelijk verdronken Nederlanders was 79 procent man.

  9. Byrnes, J. P., Miller, D. C., & Schafer, W. D. (1999). Gender differences in risk taking: a meta-analysis. Psychological Bulletin, 125(3), 367โ€“383. https://doi.org/10.1037/0033-2909.125.3.367
    In 150 studies nemen mannen in vrijwel alle soorten situaties vaker risico, al is het verschil per keer meestal klein.

Groter in egalitaire landen

  1. Costa, P. T., Terracciano, A., & McCrae, R. R. (2001). Gender differences in personality traits across cultures. Journal of Personality and Social Psychology, 81(2), 322โ€“331. https://doi.org/10.1037/0022-3514.81.2.322
    In 26 culturen zijn persoonlijkheidsverschillen het grootst in landen met de minst traditionele rollen.

  2. Schmitt, D. P., Realo, A., Voracek, M., & Allik, J. (2008). Why can't a man be more like a woman? Sex differences in Big Five personality traits across 55 cultures. Journal of Personality and Social Psychology, 94(1), 168โ€“182. https://doi.org/10.1037/0022-3514.94.1.168
    In 55 landen is ontwikkeling de sterkste voorspeller van grotere verschillen.

  3. Falk, A., & Hermle, J. (2018). Relationship of gender differences in preferences to economic development and gender equality. Science, 362(6412), eaas9899. https://doi.org/10.1126/science.aas9899
    In 76 landen hangt de omvang van sekseverschillen in voorkeuren samen met welvaart (r = 0,67) en gelijkheid (r = 0,56).

  4. Mac Giolla, E., & Kajonius, P. J. (2019). Sex differences in personality are larger in gender equal countries. International Journal of Psychology, 54(6), 705โ€“711. https://doi.org/10.1002/ijop.12529
    In 22 landen hangen persoonlijkheidsverschillen sterk samen met gelijkheid (r = 0,69).

  5. Stoet, G., & Geary, D. C. (2018). The gender-equality paradox in science, technology, engineering, and mathematics education. Psychological Science, 29(4), 581โ€“593. https://doi.org/10.1177/0956797617741719
    Vrouwen kiezen in egalitaire landen relatief minder vaak een bรจta-opleiding.

  6. Richardson, S. S., et al. (2020). Is there a gender-equality paradox in science, technology, engineering, and math (STEM)? Psychological Science, 31(3), 338โ€“341. https://doi.org/10.1177/0956797619872762
    Met een andere maat verdwijnt dat verband voor bรจtastudies, dus dat deel is omstreden.

  7. Schmitt, D. P. (2005). Sociosexuality from Argentina to Zimbabwe: a 48-nation study of sex, culture, and strategies of human mating. Behavioral and Brain Sciences, 28(2), 247โ€“275. https://doi.org/10.1017/S0140525X05000051
    Het verschil in houding tegenover seks zonder vaste relatie is overal groot, maar wordt in egalitaire landen wat kleiner.

  8. Kaiser, T. (2019). Nature and evoked culture: sex differences in personality are uniquely correlated with ecological stress. Personality and Individual Differences, 148, 67โ€“72. https://doi.org/10.1016/j.paid.2019.05.011
    Bij 867.782 mensen in 50 landen verklaren ecologische factoren het patroon beter dan gelijkheid zelf.

Nature en nurture

  1. Berenbaum, S. A., & Hines, M. (1992). Early androgens are related to childhood sex-typed toy preferences. Psychological Science, 3, 203โ€“206. https://doi.org/10.1111/j.1467-9280.1992.tb00028.x
    Meisjes die voor de geboorte extra mannelijke hormonen kregen, spelen vaker met jongensspeelgoed.

  2. Pasterski, V. L., et al. (2005). Prenatal hormones and postnatal socialization by parents as determinants of male-typical toy play in girls with congenital adrenal hyperplasia. Child Development, 76(1), 264โ€“278. https://doi.org/10.1111/j.1467-8624.2005.00843.x
    Hun ouders belonen juist meisjesspeelgoed, dus opvoeding verklaart het niet.

  3. Alexander, G. M., & Hines, M. (2002). Sex differences in response to children's toys in nonhuman primates (Cercopithecus aethiops sabaeus). Evolution and Human Behavior, 23, 467โ€“479. https://doi.org/10.1016/S1090-5138(02)00107-1
    Mannetjes-grivetapen spelen vaker met een auto en een bal, vrouwtjes met een pop.

  4. Hassett, J. M., Siebert, E. R., & Wallen, K. (2008). Sex differences in rhesus monkey toy preferences parallel those of children. Hormones and Behavior, 54, 359โ€“364. https://doi.org/10.1016/j.yhbeh.2008.03.008
    Mannetjes-resusapen kiezen consequent speelgoed op wielen.

  5. Alexander, G. M., Wilcox, T., & Woods, R. (2009). Sex differences in infants' visual interest in toys. Archives of Sexual Behavior, 38, 427โ€“433. https://doi.org/10.1007/s10508-008-9430-1
    Baby's van drie tot acht maanden kijken al langer naar speelgoed dat bij hun geslacht hoort.

  6. Jadva, V., Hines, M., & Golombok, S. (2010). Infants' preferences for toys, colors, and shapes: sex differences and similarities. Archives of Sexual Behavior, 39(6), 1261โ€“1273. https://doi.org/10.1007/s10508-010-9618-z
    Baby's van รฉรฉn tot twee jaar kijken langer naar speelgoed van hun geslacht, maar hebben geen voorkeur voor roze of blauw.

  7. Davis, J. T. M., & Hines, M. (2020). How large are gender differences in toy preferences? A systematic review and meta-analysis. Archives of Sexual Behavior, 49(2), 373โ€“394. https://doi.org/10.1007/s10508-019-01624-7
    In 75 studies is het verschil in speelgoedvoorkeur zeer groot (d = 1,6 tot 1,8).

  8. DiPietro, J. A. (1981). Rough and tumble play: a function of gender. Developmental Psychology, 17(1), 50โ€“58. https://doi.org/10.1037/0012-1649.17.1.50
    Jongens van vier stoeien en ravotten veel meer dan meisjes.

  9. Pellegrini, A. D., & Smith, P. K. (1998). Physical activity play: the nature and function of a neglected aspect of play. Child Development, 69(3), 577โ€“598.
    Dat verschil in stoeien is in alle onderzochte culturen gevonden.

  10. Karson, et al. (2025). Meta-analyse van gezichtsvoorkeur bij pasgeborenen. Social Development. https://doi.org/10.1111/sode.12790
    Het idee dat pasgeboren meisjes langer naar gezichten kijken, houdt over twintig experimenten geen stand.

De man presenteert, de vrouw selecteert

  1. Bruch, E. E., & Newman, M. E. J. (2018). Aspirational pursuit of mates in online dating markets. Science Advances, 4(8), eaap9815. https://doi.org/10.1126/sciadv.aap9815
    Meer dan 80 procent van de eerste berichten op een datingsite komt van mannen, en vrouwen beantwoorden er minder dan een op de vijf.

  2. Moore, M. M. (1985). Nonverbal courtship patterns in women: context and consequences. Ethology and Sociobiology, 6(4), 237โ€“247. https://doi.org/10.1016/0162-3095(85)90016-0
    Vrouwen geven met kleine signalen aan wie mag komen, en de vrouwen die het vaakst signaleren, worden het vaakst benaderd.

  3. Antfolk, J., et al. (2015). Women's and men's sexual preferences and activities with respect to the partner's age: evidence for female choice. Evolution and Human Behavior, 36(1), 73โ€“79. https://doi.org/10.1016/j.evolhumbehav.2014.09.003
    Wat er werkelijk seksueel gebeurt, volgt de voorkeur van vrouwen meer dan die van mannen.

  4. Finkel, E. J., & Eastwick, P. W. (2009). Arbitrary social norms influence sex differences in romantic selectivity. Psychological Science, 20(10), 1290โ€“1295. https://doi.org/10.1111/j.1467-9280.2009.02439.x
    Laat je bij speeddates de vrouwen rondlopen, dan worden ze even weinig kieskeurig als mannen: kieskeurigheid hangt ook aan de rol.

  5. Gilmore, D. D. (1990). Manhood in the Making: Cultural Concepts of Masculinity. New Haven: Yale University Press.
    In de meeste culturen moet een man verwekken, voorzien en beschermen, en geeft een echte man meer dan hij neemt.

  6. FeldmanHall, O., et al. (2016). Moral chivalry: gender and harm sensitivity predict costly altruism. Social Psychological and Personality Science, 7(6), 542โ€“551. https://doi.org/10.1177/1948550616647448
    In een moreel dilemma offert 88 procent eerder een man op dan een vrouw.

  7. Almรฅs, I., Kotsadam, A., Moen, E. R., & Rรธed, K. (2023). The economics of hypergamy. Journal of Human Resources, 58(1), 260โ€“281. https://jhr.uwpress.org/content/58/1/260
    Van de Noorse mannen met de hoogste inkomens heeft ruim 90 procent een partner, van de laagste minder dan 40 procent.

  8. Kalmijn, M. (2011). The influence of men's income and employment on marriage and cohabitation. European Journal of Population, 27, 269โ€“293. https://doi.org/10.1007/s10680-011-9238-x
    In 13 Europese landen hebben mannen met werk 58 procent meer kans op een relatie.

  9. Lidborg, L. H., Cross, C. P., & Boothroyd, L. G. (2022). A meta-analysis of the association between male dimorphism and fitness outcomes in humans. eLife, 11, e65031. https://doi.org/10.7554/eLife.65031
    Lichamelijke kracht hangt het sterkst samen met het aantal partners en kinderen van mannen.

  10. Stavrova, O., & Ehlebracht, D. (2015). A longitudinal analysis of romantic relationship formation: the effect of prosocial behavior. Social Psychological and Personality Science, 6(5), 521โ€“527. https://doi.org/10.1177/1948550614568867
    Duitse singles die anderen vaker helpen, hebben het jaar erop vaker een vaste partner.

  11. Vandello, J. A., Bosson, J. K., Cohen, D., Burnaford, R. M., & Weaver, J. R. (2008). Precarious manhood. Journal of Personality and Social Psychology, 95(6), 1325โ€“1339. https://doi.org/10.1037/a0012453
    Mensen zien mannelijkheid als iets wat je door sociaal falen kunt verliezen, vrouwelijkheid als iets biologisch.

  12. Bosson, J. K., et al. (2021). Psychometric properties and correlates of precarious manhood beliefs in 62 nations. Journal of Cross-Cultural Psychology, 52(3), 231โ€“258. https://doi.org/10.1177/0022022121997997
    Bij 33.417 studenten geloven vrouwen even sterk als mannen dat mannelijkheid verloren kan gaan, met Nederland onder het gemiddelde.

  13. Vandello, J. A., et al. (2023). Precarious manhood and men's physical health around the world. Psychology of Men & Masculinities, 24, 1โ€“15. https://doi.org/10.1037/men0000407
    Waar mannelijkheid breekbaarder wordt gezien, is de gezondheid van mannen slechter.

Van jongen naar man

  1. Van Gennep, A. (1909). Les rites de passage. Paris: Nourry.
    Elke overgang kent drie fasen: loskomen, een tussenfase en opgenomen worden.

  2. Schlegel, A., & Barry, H. (1979). Adolescent initiation ceremonies: a cross-cultural code. Ethnology, 18(2), 199โ€“210.
    In ongeveer de helft van 186 pre-industriรซle samenlevingen bestaat een overgangsritueel; meisjes worden alleen en rond de eerste menstruatie ingewijd, jongens in groepen.

  3. Schlegel, A., & Barry, H. (1980). The evolutionary significance of adolescent initiation ceremonies. American Ethnologist, 7(4), 696โ€“715.
    Bij jongens draaien de rituelen om status en verantwoordelijkheid, bij meisjes om vruchtbaarheid en seksualiteit.

  4. Schlegel, A., & Barry, H. (2017). Pain, fear, and circumcision in boys' adolescent initiation ceremonies. Cross-Cultural Research, 51(5), 435โ€“463. https://doi.org/10.1177/1069397116685780
    Pijn en angst komen in de meerderheid van de rituelen voor jongens voor.

  5. Arnett, J. J. (2000). Emerging adulthood: a theory of development from the late teens through the twenties. American Psychologist, 55(5), 469โ€“480. https://doi.org/10.1037/0003-066X.55.5.469
    In westerse landen is tussen 18 en 25 een lange tussenfase ontstaan zonder volwassen rollen.

  6. CBS (2023). Al 23 jaar op rij meer vrouwen dan mannen in hoger onderwijs. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/10/al-23-jaar-op-rij-meer-vrouwen-dan-mannen-in-hoger-onderwijs
    Van de 25- tot 35-jarigen heeft 60 procent van de vrouwen een hbo- of wo-diploma tegen 52 procent van de mannen.

  7. Heller, S. B., Shah, A. K., Guryan, J., Ludwig, J., Mullainathan, S., & Pollack, H. A. (2017). Thinking, fast and slow? Some field experiments to reduce crime and dropout in Chicago. Quarterly Journal of Economics, 132(1), 1โ€“54. https://doi.org/10.1093/qje/qjw033
    Een groepsprogramma voor jongens verminderde tijdens de looptijd de arrestaties voor geweld met 45 tot 50 procent.

Hoe er nu over mannelijkheid gepraat wordt

  1. American Psychological Association (2018). APA Guidelines for Psychological Practice with Boys and Men. https://doi.org/10.1037/e505472019-001
    De richtlijnen noemen 'traditionele mannelijkheid' schadelijk voor de ontwikkeling en gezondheid van mannen.

  2. Ferguson, C. J. (2023). The American Psychological Association's practice guidelines for men and boys: are they hurting rather than helping male mental wellness? New Ideas in Psychology, 68, 100984. https://doi.org/10.1016/j.newideapsych.2022.100984
    De richtlijnen negeren biologie, rusten op kleine effecten en kunnen mannen juist van hulp afhouden.

  3. Wong, Y. J., Ho, M.-H. R., Wang, S.-Y., & Miller, I. S. K. (2017). Meta-analyses of the relationship between conformity to masculine norms and mental health-related outcomes. Journal of Counseling Psychology, 64(1), 80โ€“93. https://doi.org/10.1037/cou0000176
    Bij 19.453 mannen gaan alles alleen oplossen, macht over vrouwen en veroveringen najagen samen met slechtere mentale gezondheid; voor je werk leven niet, en emotionele beheersing vooral met minder vaak hulp zoeken.

  4. Larmuseau, M. H. D., Matthijs, K., & Wenseleers, T. (2016). Cuckolded fathers rare in human populations. Trends in Ecology & Evolution, 31(5), 327โ€“329. https://doi.org/10.1016/j.tree.2016.03.004
    In West-Europese en andere populaties is ongeveer 1 tot 2 procent van de kinderen niet van de vermoedelijke vader.

  5. Larmuseau, M. H. D., et al. (2019). A historical-genetic reconstruction of human extra-pair paternity. Current Biology, 29(23), 4102โ€“4107. https://doi.org/10.1016/j.cub.2019.09.075
    In de Lage Landen lag dat over vijf eeuwen tussen 0,4 en 5,9 procent, het hoogst in arme, dichtbevolkte steden rond 1900.

  6. Buss, D. M., Larsen, R. J., Westen, D., & Semmelroth, J. (1992). Sex differences in jealousy: evolution, physiology, and psychology. Psychological Science, 3(4), 251โ€“255. https://doi.org/10.1111/j.1467-9280.1992.tb00038.x
    Mannen raken gemiddeld meer van streek door seksuele ontrouw, vrouwen door emotionele ontrouw.

  7. Buss, D. M. (1989). Sex differences in human mate preferences: evolutionary hypotheses tested in 37 cultures. Behavioral and Brain Sciences, 12(1), 1โ€“49. https://doi.org/10.1017/S0140525X00023992
    Mannen hechten in 23 van de 37 culturen meer aan maagdelijkheid dan vrouwen, al vinden Nederlanders en Zweden het onbelangrijk.

  8. Strassmann, B. I., et al. (2012). Religion as a means to assure paternity. PNAS, 109(25), 9781โ€“9785. https://doi.org/10.1073/pnas.1110442109
    Bij de Dogon in Mali, waar vrouwen tijdens de menstruatie naar een aparte hut moeten, is 1,3 procent van de kinderen niet van de vader, tegen 2,9 procent in groepen zonder die regel.

  9. Daly, M., & Wilson, M. I. (1982). Whom are newborn babies said to resemble? Ethology and Sociobiology, 3(2), 69โ€“78. https://doi.org/10.1016/0162-3095(82)90002-4
    Moeders zeggen veel vaker dat hun baby op de vader lijkt dan op henzelf.

  10. McLain, D. K., Setters, D., Moulton, M. P., & Pratt, A. E. (2000). Ascription of resemblance of newborns by parents and nonrelatives. Evolution and Human Behavior, 21(1), 11โ€“23. https://doi.org/10.1016/S1090-5138(99)00029-X
    Moeders zeggen dat hun pasgeborene op de vader lijkt, terwijl buitenstaanders de baby vaker aan de moeder koppelen.

  11. Bressan, P., & Grassi, M. (2004). Parental resemblance in 1-year-olds and the Gaussian curve. Evolution and Human Behavior, 25(3), 133โ€“141. https://doi.org/10.1016/j.evolhumbehav.2004.03.001
    In werkelijkheid lijken baby's niet vaker op hun vader dan op hun moeder.

  12. Hill, K. R., et al. (2011). Co-residence patterns in hunter-gatherer societies show unique human social structure. Science, 331(6022), 1286โ€“1289. https://doi.org/10.1126/science.1199071
    In 32 jager-verzamelaarssamenlevingen zijn de meeste groepsleden geen familie, dus samenwerking reikt veel verder dan verwanten.

  13. Hill, K. R., Wood, B. M., Baggio, J., Hurtado, A. M., & Boyd, R. T. (2014). Hunter-gatherer inter-band interaction rates: implications for cumulative culture. PLoS ONE, 9(7), e102806. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0102806
    Een man bij de Ache of Hadza ziet in zijn leven meer dan driehonderd andere mannen gereedschap maken.

  14. Alvard, M. (2011). Genetic and cultural kinship among the Lamaleran whale hunters. Human Nature, 22(1โ€“2), 89โ€“107. https://doi.org/10.1007/s12110-011-9104-x
    Walvisjagers in Lamalera jagen in vaste bemanningen van mannen die via familie en aangetrouwde banden samenwerken.

  15. Van Vugt, M., De Cremer, D., & Janssen, D. P. (2007). Gender differences in cooperation and competition: the male-warrior hypothesis. Psychological Science, 18(1), 19โ€“23. https://doi.org/10.1111/j.1467-9280.2007.01842.x
    Mannen dragen meer bij aan hun groep zodra die met een andere groep concurreert; bij vrouwen verandert dat nauwelijks.

  16. Benenson, J. F., & Wrangham, R. W. (2016). Cross-cultural sex differences in post-conflict affiliation following sports matches. Current Biology, 26(16), 2208โ€“2212. https://doi.org/10.1016/j.cub.2016.06.024
    In 44 landen zoeken mannen na een wedstrijd langer fysiek contact met hun tegenstander dan vrouwen: ze repareren de relatie voor de volgende keer.

Volwassen en onvolwassen mannelijkheid

  1. Roberts, B. W., Walton, K. E., & Viechtbauer, W. (2006). Patterns of mean-level change in personality traits across the life course. Psychological Bulletin, 132(1), 1โ€“25. https://doi.org/10.1037/0033-2909.132.1.1
    Tussen 20 en 40 jaar worden mensen consciรซntieuzer, emotioneel stabieler en zelfverzekerder.

  2. Lodi-Smith, J., & Roberts, B. W. (2007). Social investment and personality. Personality and Social Psychology Review, 11(1), 68โ€“86. https://doi.org/10.1177/1088868306294590
    Wie zich echt inzet voor werk, gezin of gemeenschap, is consciรซntieuzer, vriendelijker en stabieler.

  3. Bleidorn, W., et al. (2013). Personality maturation around the world. Psychological Science, 24(12), 2530โ€“2540. https://doi.org/10.1177/0956797613498396
    In 62 landen rijpen mensen eerder waar ze eerder volwassen rollen op zich nemen.

  4. Arnett, J. J. (1997). Young people's conceptions of the transition to adulthood. Youth & Society, 29(1), 3โ€“23. https://doi.org/10.1177/0044118X97029001001
    Verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van je daden staat bovenaan als kenmerk van volwassenheid.

  5. McAdams, D. P., & de St. Aubin, E. (1992). A theory of generativity and its assessment. Journal of Personality and Social Psychology, 62(6), 1003โ€“1015. https://doi.org/10.1037/0022-3514.62.6.1003
    Zorg voor de volgende generatie is betrouwbaar te meten, en vaders scoren hoger dan mannen zonder kinderen.

  6. Gettler, L. T., McDade, T. W., Feranil, A. B., & Kuzawa, C. W. (2011). Longitudinal evidence that fatherhood decreases testosterone in human males. PNAS, 108(39), 16194โ€“16199. https://doi.org/10.1073/pnas.1105403108
    Het testosteron van nieuwe vaders daalde met een kwart tot een derde, het meest bij vaders die veel zorgden.