Laatst bijgewerkt: 27 september 2026
Kort antwoord: een relatie houdt stand zolang beide partners blijven kiezen. Hoe tevreden je nu bent, draait om de inzet die je van je partner voelt, waardering, seks en hoe jullie ruzie maken; hoe het over tien jaar gaat, kan niemand betrouwbaar voorspellen. Een kwart van de getrouwden heeft het afgelopen halfjaar aan scheiden gedacht, en wie uit een redelijk huwelijk stapt, wordt daar vaak ongelukkiger van. Vast staat dat vooral vrouwen een huwelijk beรซindigen, vaker naarmate ze financieel minder afhankelijk zijn: twee vrouwen scheiden het vaakst, twee mannen het minst. Bij een breuk verliest de vrouw vooral inkomen, de man zijn netwerk, het dagelijks leven met zijn kinderen en een stuk van zijn gezondheid.
Een relatie houdt stand zolang beide partners blijven kiezen. Dat kiezen stopt niet bij het jawoord. Je ziet het terug in hoeveel inzet en waardering je van de ander voelt, in de seks en in hoe je ruzie maakt. In Nederland eindigt ongeveer een op de drie huwelijken in een scheiding [1]. In 2025 waren dat er 24.555, na gemiddeld bijna vijftien jaar [2]. De registers laten zien wie er dan weggaat en wie het meest verliest.
Waarom dit lastig te meten is
Het meeste relatieonderzoek draait op vragenlijsten: hoe tevreden ben je, hoeveel waardering voel je. Dat zegt veel over hoe het nu gaat en weinig over wat er komt. In het grootste onderzoek tot nu toe, met ruim elfduizend stellen uit 43 studies, verklaarde wat mensen over hun relatie zeggen tot 45 procent van hun huidige tevredenheid, maar minder dan 5 procent van hoe die tevredenheid daarna veranderde [3]. Ook de bekende claim dat onderzoekers na een kwartier ruzie met zo’n 90 procent zekerheid een scheiding voorspellen, komt uit kleine groepen stellen, en die voorspelling werd daar niet op een nieuwe groep getest [4]. Doe je dat wel, dan klopt bij een realistische verdeling nog maar een op de vijf voorspelde scheidingen [5]. Wat wel hard is: wie trouwt, wie uit elkaar gaat, wie de scheiding begint en hoe het iedereen daarna vergaat.
Wie er weggaat
In Nederland nam bij 61 procent van de scheidingen de vrouw het initiatief, bij 29 procent de man en bij 10 procent beiden [6]. In de Verenigde Staten wilde de vrouw 69 procent van de scheidingen [7], ook in Australiรซ stappen vooral vrouwen op [8], in Engeland en Wales vroeg de vrouw in 2019 62 procent van de scheidingen aan [9], en wie verwacht de kinderen te krijgen, vraagt vaker de scheiding aan [10].
Het opvallende zit in waar het verschil niet is. Bij stellen die samenwonen of daten zonder getrouwd te zijn, maken mannen en vrouwen het ongeveer even vaak uit [7]. Pas in het huwelijk worden vrouwen gemiddeld minder tevreden dan hun man, en gaan ze vaker weg. Hoe minder ze hem financieel nodig heeft, hoe groter de kans: werkt de vrouw en maakt ze meer uren, dan stijgt de kans dat zij de scheiding begint, en niet de kans dat hij dat doet [6]. Jonge kinderen houden stellen bij elkaar, en vooral de man: als er kinderen onder de zes zijn, begint hij veel minder vaak een scheiding [6]. Tien jaar later zegt 46 procent van de moeders dat de scheiding het beste is wat hun ooit is overkomen, tegen 37 procent van de vaders [11].
Het scherpste bewijs komt van stellen van gelijk geslacht. Van de Nederlanders die in 2010 trouwden, was na tien jaar 26 procent van de vrouwenparen gescheiden, 16 procent van de heterostellen en 14 procent van de mannenparen [12]. In Noorwegen en Zweden ligt het scheidingsrisico van vrouwenparen twee keer zo hoog als dat van mannenparen [13]. In Zweden is na vijftien jaar 40 procent van de vrouwenhuwelijken gestrand, tegen ongeveer 30 procent van de mannen- en heterohuwelijken, en mannenparen zitten inmiddels op hetzelfde niveau als heterostellen [14]. Het patroon volgt het aantal vrouwen in de relatie. De onderzoekers zien daarin eerder hoe vrouwen en mannen in een relatie staan dan een gevolg van de positie als minderheid, want die positie delen mannenparen ook [14].
Het selecteren stopt niet bij de bruiloft. In het huwelijk is het vooral de vrouw die haar keuze intrekt, en dat doet ze vaker naarmate ze hem financieel minder nodig heeft.
Wat een breuk kost
Na een scheiding verliest de vrouw vooral geld. De koopkracht van Nederlandse vrouwen die in 2014 scheidden, zakte van gemiddeld 33.300 naar 23.800 euro en zat vijf jaar later op 29.000 euro. Bij mannen ging die van 33.100 naar 33.300 euro en daarna naar 36.500 [15]. In Duitsland steeg het armoederisico van vrouwen in het jaar van de scheiding van 7 naar bijna 45 procent en bleef het jaren hoog [16].
De man verliest iets anders. In het jaar van de scheiding voelde meer dan 40 procent van de Duitse mannen zich vaak eenzaam, twee keer zoveel als vrouwen, en daalde hun tevredenheid met het leven sterker [16]. Gescheiden mannen hebben kleinere netwerken en zijn emotioneel eenzamer dan gescheiden vrouwen [17]. De kinderen wonen meestal vooral bij de moeder [18], en vaders die een nieuwe partner vinden, zien hun kinderen later minder [19]. Tien jaar na de scheiding zegt 23 procent van de vaders dat hun wereld instortte, tegen 17 procent van de moeders [11]. En het zit in het lichaam. Over tientallen studies met miljoenen mensen hebben gescheiden mannen 31 tot 37 procent meer kans om vroeg te overlijden dan getrouwde mannen, bij vrouwen is dat 13 tot 22 procent [20, 21].
De eenzaamheid trekt bij de meeste mannen na een paar jaar weer bij [16], en mannen wonen ook sneller weer samen: binnen vijf jaar 40 procent van de mannen en 35 procent van de vrouwen, en bij wie op zijn zestigste scheidt 21 tegen 7 procent. Vrouwen die weer willen samenwonen, doen dat net zo vaak als mannen. Veel vrouwen willen het gewoon niet meer [22].
Waarom mensen blijven
Of iemand blijft, hangt af van drie dingen: hoe tevreden hij is, hoeveel hij in de relatie heeft gestoken en hoe goed zijn alternatieven zijn. Over 202 studies met ruim 50.000 mensen hangt tevredenheid het sterkst samen met toewijding, dan investeringen, en hoe beter de alternatieven, hoe minder toewijding [23]. Ook dat is kiezen: je weegt wat je hebt tegen wat er buiten te halen valt.
Veel stellen kiezen alleen nooit echt. Ze glijden van daten naar samenwonen naar een gezamenlijk huis, zonder dat iemand ooit heeft besloten [24]. Wie al voor de verloving samenwoonde, is later minder toegewijd en minder tevreden [25], en getrouwde stellen die eerst samenwoonden, doen het in het eerste jaar beter en daarna slechter [26]. Een deel daarvan komt doordat samenwoners jonger aan elkaar beginnen [27]. De Nederlandse registers zijn duidelijk. Van stellen die rond 2000 gingen samenwonen, was na vijftien jaar 94 procent van de ongetrouwden zonder kinderen uit elkaar, 58 procent van de getrouwden zonder kinderen, bijna een derde van de ongetrouwde ouders en 14 procent van de getrouwde ouders [28]. Zes jaar na een geboorte waren getrouwde ouders in 8 procent van de gevallen uit elkaar, ongetrouwde in 18 procent [1]. In heel Europa gaan samenwoners drie tot vier keer zo vaak uit elkaar als stellen die trouwden zonder eerst samen te wonen [29]. Dat is voor een groot deel selectie: wie zeker is van zijn zaak, trouwt eerder. Maar dat is ook het punt. Trouwen is een besluit, samenwonen vaak niet.
Kinderen maken een relatie stabieler en minder gelukkig. Ouders zijn gemiddeld iets minder tevreden dan stellen zonder kinderen [30], en na het eerste kind zakt de tevredenheid in รฉรฉn keer, bij vaders en moeders even hard [31]. Toch gaan ouders minder vaak uit elkaar [29, 32]. Verder scheidt wie onder de 25 trouwt het vaakst, al maakt leeftijd na eind twintig weinig meer uit [1, 33]. Wie gescheiden ouders heeft, scheidt ongeveer twee keer zo vaak, het sterkst als die ouders weinig ruzie hadden. Dat wijst eerder op minder geloof in een levenslang huwelijk dan op gebrek aan vaardigheden [34, 35]. En waar vroeger vooral hogeropgeleiden scheidden, gaan nu lageropgeleiden vaker uit elkaar [28, 36].
Wat een relatie voorspelt
Gemiddeld zakt de tevredenheid in de eerste tien jaar van een relatie, bereikt dan een dieptepunt en stijgt daarna weer. Naar leeftijd ligt het dal rond je veertigste [37]. Dat gemiddelde verbergt grote verschillen. Bij de meeste stellen blijft de tevredenheid vrij stabiel [38]. Van pasgetrouwden die stabiel tevreden bleven, was na tien jaar 9 procent gescheiden, van stellen die sterk wegzakten 56 procent [39].
Wat bepaalt aan welke kant je zit? Niet je persoonlijkheid of die van je partner, maar vijf dingen over de relatie zelf: hoe toegewijd je denkt dat je partner is, waardering, seksuele tevredenheid, hoe tevreden je denkt dat je partner is, en conflict [3]. Het draait dus om het gevoel dat de ander ook voor jou blijft kiezen. Onderzoekers noemen dat responsiviteit: je begrepen, gewaardeerd en verzorgd voelen [40]. Seks weegt voor mannen zwaarder: bij hen hangt seksuele tevredenheid sterker samen met hoe goed de relatie is [41], al is niet duidelijk wat oorzaak is en wat gevolg [42]. Vreemdgaan gebeurt per jaar bij 2 tot 4 procent van de getrouwden en in 20 tot 25 procent van de huwelijken ooit [43], en het is de meest genoemde reden voor een scheiding [44].
Conflict
Ruzie zelf is het probleem niet, de vorm wel. Stellen die in de eerste zeven jaar scheidden, maakten ruzie met kritiek, verdediging, minachting en dichtklappen. Stellen die later scheidden, hadden vooral te weinig warmte [4]. Stabiele stellen lieten tijdens een ruzie ongeveer vijf keer zoveel positief als negatief gedrag zien [45]. Die vijf op รฉรฉn is een gemiddelde uit 73 stellen en geen natuurwet, al kan het geen kwaad.
Het sterkste patroon is aandringen en terugtrekken: de een blijft erover beginnen, de ander klapt dicht. Over 74 studies hangt het duidelijk samen met een slechtere relatie, en het maakt niet uit wie welke rol heeft [46]. Zacht blijven is daarbij niet altijd beter. Bij kleine ergernissen schaadt directe kritiek, maar bij een serieus probleem dat de ander kan veranderen, houdt direct benoemen de relatie beter overeind, omdat het probleem dan kleiner wordt. Wie eromheen draait, blijft ontevreden [47, 48]. Veel ruzie komt bovendien van buiten. Stress van werk en geld maakt stellen gevoeliger voor de dagelijkse wrijving [49, 50], en stellen die stress samen aanpakken, zijn duidelijk tevredener [51].
Twijfel en spijt
Aan scheiden denken is normaal. Van Amerikaanse getrouwden tussen 25 en 50 jaar had een kwart er het afgelopen halfjaar aan gedacht, vrouwen iets vaker dan mannen, en nog eens 28 procent had ooit gedacht dat het huwelijk serieus in de problemen zat [52]. Die gedachten komen en gaan. Een jaar later dacht bijna een derde er niet meer aan, en ook een derde van wie er eerst niet aan dacht, deed dat inmiddels wel [52]. Een gedachte aan scheiden zegt dus weinig over waar een relatie naartoe gaat.
Ook in de scheiding zelf is lang niet iedereen zeker. Van Amerikaanse ouders die al in de procedure zaten, dacht een op de vier dat het huwelijk nog te redden was, mannen vaker dan vrouwen en vooral wie verlaten werd. Bij ongeveer een op de tien stellen stonden ze er allebei voor open [53].
Of een scheiding achteraf goed uitpakt, hangt af van hoe slecht het huwelijk was. Ongeveer de helft van de scheidingen komt uit huwelijken zonder grote problemen. Wie uit een slecht huwelijk stapte, werd daarna gelukkiger, wie uit een redelijk huwelijk stapte, juist ongelukkiger [54]. Gemiddeld zakt de tevredenheid met het leven in de aanloop naar een scheiding en herstelt die daarna, maar niet helemaal tot het oude niveau [55, 56]. De helft van de scheidingen komt dus uit een huwelijk dat redelijk ging, en juist die mensen worden er daarna ongelukkiger van.
Hulp
Relatietherapie werkt in onderzoek goed: stellen gaan er sterk op vooruit, terwijl stellen op de wachtlijst gelijk blijven [57]. Zestig tot tachtig procent heeft er baat bij, maar bij ongeveer de helft zakt het effect daarna weer weg, en in de gewone praktijk is het kleiner dan in onderzoek [58]. Na twee jaar of langer is 30 tot 60 procent van de behandelde stellen weer achteruitgegaan [59].
Een relatie houdt stand zolang beide partners blijven kiezen, en dat zie je aan inzet, waardering, seks en hoe ze ruzie maken. In het huwelijk trekt vooral de vrouw die keuze in, en bij een breuk verliest zij vooral inkomen en de man zijn netwerk, het dagelijks leven met zijn kinderen en een stuk van zijn gezondheid.
Referenties
De nummers in de tekst verwijzen naar deze lijst, in volgorde van verschijnen. Bij elke bron staat in รฉรฉn zin wat ze aantoont. Een publicatiejaar is niet het jaar waarin de gegevens zijn verzameld.
Inleiding
- Kooiman, N. (2022). Trends in (echt)scheidingen. Statistische Trends. Den Haag: CBS. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2022/trends-in–echt–scheidingen
Op basis van de cijfers van 2021 eindigt een op de drie huwelijken in een scheiding; wie onder de 25 trouwt, loopt het grootste risico, en zes jaar na een geboorte zijn ongetrouwde ouders ruim twee keer zo vaak uit elkaar als getrouwde. - Centraal Bureau voor de Statistiek. Huwelijksontbindingen; door echtscheiding en door overlijden [StatLine-tabel 37425ned]. Den Haag: CBS; bijgewerkt 25 augustus 2026. https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/37425ned
In 2025 werden in Nederland 24.555 huwelijken ontbonden door echtscheiding, na gemiddeld 14,7 jaar huwelijk.
Waarom dit lastig te meten is
- Joel, S., Eastwick, P. W., Allison, C. J., et al. (2020). Machine learning uncovers the most robust self-report predictors of relationship quality across 43 longitudinal couples studies. PNAS, 117(32), 19061โ19071. https://doi.org/10.1073/pnas.1917036117
Bij 11.196 stellen verklaart wat mensen over hun relatie zeggen tot 45 procent van hun huidige tevredenheid, maar minder dan 5 procent van hoe die daarna verandert; persoonlijkheid voegt niets toe. - Gottman, J. M., & Levenson, R. W. (2000). The timing of divorce: Predicting when a couple will divorce over a 14-year period. Journal of Marriage and the Family, 62(3), 737โ745. https://doi.org/10.1111/j.1741-3737.2000.00737.x
Bij 79 stellen voorspelde negatieve emotie tijdens ruzie een vroege scheiding en gebrek aan positieve emotie een late, maar met 9 en 13 scheidingen en zonder test op een nieuwe groep. - Heyman, R. E., & Slep, A. M. S. (2001). The hazards of predicting divorce without crossvalidation. Journal of Marriage and the Family, 63(2), 473โ479. https://doi.org/10.1111/j.1741-3737.2001.00473.x
Een voorspelling die 90 procent goed scoort in de eigen groep, haalt op een nieuwe groep 69 procent, en bij een realistische kans op scheiding klopt maar ongeveer een op de vijf voorspelde scheidingen.
Wie er weggaat
- Kalmijn, M., & Poortman, A.-R. (2006). His or her divorce? The gendered nature of divorce and its determinants. European Sociological Review, 22(2), 201โ214. https://doi.org/10.1093/esr/jci052
In Nederland nam bij 61 procent van de scheidingen de vrouw het initiatief en bij 29 procent de man; werkt de vrouw meer uren, dan stijgt alleen de kans dat zij de scheiding begint, en jonge kinderen remmen vooral scheidingen die de man begint. - Rosenfeld, M. J. (2018). Who wants the breakup? Gender and breakup in heterosexual couples. In D. F. Alwin, D. H. Felmlee & D. A. Kreager (red.), Social Networks and the Life Course (pp. 221โ243). Cham: Springer. https://doi.org/10.1007/978-3-319-71544-5_11
In de Verenigde Staten wilde de vrouw 69 procent van de scheidingen, maar bij ongetrouwde stellen maken mannen en vrouwen het ongeveer even vaak uit, en alleen getrouwde vrouwen zijn minder tevreden dan hun man. - Hewitt, B., Western, M., & Baxter, J. (2006). Who decides? The social characteristics of who initiates marital separation. Journal of Marriage and Family, 68(5), 1165โ1177. https://doi.org/10.1111/j.1741-3737.2006.00321.x
Ook in Australiรซ beginnen vrouwen vaker een scheiding dan mannen. - Office for National Statistics. (2020). Divorces in England and Wales: 2019. Newport: ONS. https://www.ons.gov.uk/peoplepopulationandcommunity/birthsdeathsandmarriages/divorce/bulletins/divorcesinenglandandwales/2019
In 2019 werd 62 procent van de scheidingen van heterostellen in Engeland en Wales aangevraagd door de vrouw. - Brinig, M. F., & Allen, D. W. (2000). ‘These boots are made for walking’: Why most divorce filers are women. American Law and Economics Review, 2(1), 126โ169. https://doi.org/10.1093/aler/2.1.126
Vrouwen dienen de meeste scheidingsverzoeken in, en wie verwacht de kinderen toegewezen te krijgen, vraagt vaker de scheiding aan. - Poortman, A.-R., & Brons, A. (2024). Tien jaar na scheiding: hoe kijken ouders erop terug? Demos, 40(9). Den Haag: NIDI. https://nidi.nl/demos/tien-jaar-na-scheiding-hoe-kijken-ouders-erop-terug/
Tien jaar na de scheiding zegt 46 procent van de moeders en 37 procent van de vaders dat de scheiding het beste is wat hun ooit is overkomen, en zegt 23 procent van de vaders en 17 procent van de moeders dat hun wereld instortte. - Centraal Bureau voor de Statistiek. (2021, 30 maart). 20 jaar na invoering homohuwelijk 20 duizend homo-echtparen in Nederland [nieuwsbericht]. Den Haag: CBS.
Van wie in 2010 trouwde, was na bijna tien jaar 26 procent van de vrouwenparen gescheiden, 16 procent van de heterostellen en 14 procent van de mannenparen. - Andersson, G., Noack, T., Seierstad, A., & Weedon-Fekjรฆr, H. (2006). The demographics of same-sex marriages in Norway and Sweden. Demography, 43(1), 79โ98. https://doi.org/10.1353/dem.2006.0001
In de Noorse en Zweedse bevolkingsregisters is het scheidingsrisico van vrouwenparen het dubbele van dat van mannenparen. - Kolk, M., & Andersson, G. (2020). Two decades of same-sex marriage in Sweden: A demographic account of developments in marriage, childbearing, and divorce. Demography, 57(1), 147โ169. https://doi.org/10.1007/s13524-019-00847-6
Na vijftien jaar is in Zweden 40 procent van de vrouwenhuwelijken en ongeveer 30 procent van de mannen- en heterohuwelijken ontbonden; de auteurs wijzen op hoe mannen en vrouwen in relaties staan, met vrouwen die vaker het huwelijk en de scheiding beginnen.
Wat een breuk kost
- Van den Brakel, M., & Herbers, D. (2021). De inkomenssituatie na een scheiding. Statistische Trends. Den Haag: CBS; 24 september 2021.
De koopkracht van Nederlandse vrouwen die in 2014 scheidden, zakte van 33.300 naar 23.800 euro en was vijf jaar later 29.000 euro; die van mannen ging van 33.100 naar 33.300 en daarna 36.500 euro. - Leopold, T. (2018). Gender differences in the consequences of divorce: A study of multiple outcomes. Demography, 55(3), 769โ797. https://doi.org/10.1007/s13524-018-0667-6
In Duitsland verliezen vrouwen bij een scheiding ongeveer 40 procent van hun huishoudinkomen en stijgt hun armoederisico van 7 naar bijna 45 procent, terwijl meer dan 40 procent van de mannen zich in dat jaar vaak eenzaam voelt, twee keer zoveel als vrouwen; bij mannen is de klap tijdelijk, bij vrouwen blijvend. - Dykstra, P. A., & Fokkema, T. (2007). Social and emotional loneliness among divorced and married men and women. Basic and Applied Social Psychology, 29(1), 1โ12. https://doi.org/10.1080/01973530701330843
Gescheiden Nederlandse mannen hebben kleinere netwerken en zijn emotioneel eenzamer dan gescheiden vrouwen. - Poortman, A.-R., & van Gaalen, R. (2017). Shared residence after separation: A review and new findings from the Netherlands. Family Court Review, 55(4), 531โ544. https://doi.org/10.1111/fcre.12302
Co-ouderschap groeit in Nederland, maar de meeste kinderen van gescheiden ouders wonen nog vooral bij hun moeder. - Kalmijn, M. (2015). Relationships between fathers and adult children: The cumulative effects of divorce and repartnering. Journal of Family Issues, 36(6), 737โ759. https://doi.org/10.1177/0192513X13495398
Gescheiden vaders die een nieuwe partner krijgen, hebben later minder contact met hun volwassen kinderen dan vaders die alleen blijven, vooral als de scheiding plaatsvond toen de kinderen klein waren. - Sbarra, D. A., Law, R. W., & Portley, R. M. (2011). Divorce and death: A meta-analysis and research agenda for clinical, social, and health psychology. Perspectives on Psychological Science, 6(5), 454โ474. https://doi.org/10.1177/1745691611414724
Over 32 studies met meer dan 6,5 miljoen mensen hebben gescheiden mannen 31 procent meer kans op vroegtijdig overlijden dan getrouwde mannen, gescheiden vrouwen 13 procent. - Shor, E., Roelfs, D. J., Bugyi, P., & Schwartz, J. E. (2012). Meta-analysis of marital dissolution and mortality: Reevaluating the intersection of gender and age. Social Science & Medicine, 75(1), 46โ59. https://doi.org/10.1016/j.socscimed.2012.03.010
Over 104 studies uit 24 landen is het sterfterisico na een scheiding bij mannen 37 procent en bij vrouwen 22 procent hoger. - Kooiman, N. (2023). Weer samenwonen na een scheiding: verschillen tussen mannen en vrouwen ontrafeld. Statistische Trends. Den Haag: CBS; 24 oktober 2023. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2023/weer-samenwonen-na-een-scheiding-verschillen-tussen-mannen-en-vrouwen-ontrafeld
Binnen vijf jaar na een scheiding woont 40 procent van de mannen en 35 procent van de vrouwen weer samen, bij scheiding op 60 tot 65 jaar 21 tegen 7 procent, en vrouwen die weer willen samenwonen, doen dat even vaak als mannen.
Waarom mensen blijven
- Tran, P., Judge, M., & Kashima, Y. (2019). Commitment in relationships: An updated meta-analysis of the Investment Model. Personal Relationships, 26(1), 158โ180. https://doi.org/10.1111/pere.12268
Over 202 steekproeven met ruim 50.000 mensen hangt toewijding het sterkst samen met tevredenheid (r = .65), daarna met investeringen (.53), en negatief met aantrekkelijke alternatieven (โ.43). - Stanley, S. M., Rhoades, G. K., & Markman, H. J. (2006). Sliding versus deciding: Inertia and the premarital cohabitation effect. Family Relations, 55(4), 499โ509. https://doi.org/10.1111/j.1741-3729.2006.00418.x
Samenwonen schept traagheid, waardoor stellen trouwen die zonder die stap niet getrouwd zouden zijn. - Rhoades, G. K., Stanley, S. M., & Markman, H. J. (2009). The pre-engagement cohabitation effect: A replication and extension of previous findings. Journal of Family Psychology, 23(1), 107โ111. https://doi.org/10.1037/a0014358
Wie al voor de verloving samenwoonde, is later minder toegewijd en minder tevreden dan wie pas na de verloving of na het huwelijk ging samenwonen. - Rosenfeld, M. J., & Roesler, K. (2019). Cohabitation experience and cohabitation’s association with marital dissolution. Journal of Marriage and Family, 81(1), 42โ58. https://doi.org/10.1111/jomf.12530
Getrouwde stellen die eerst samenwoonden, scheiden minder in het eerste huwelijksjaar en vaker daarna. - Kuperberg, A. (2014). Age at coresidence, premarital cohabitation, and marriage dissolution: 1985โ2009. Journal of Marriage and Family, 76(2), 352โ369. https://doi.org/10.1111/jomf.12092
Een groot deel van het hogere scheidingsrisico van samenwoners verdwijnt als je kijkt naar de leeftijd waarop ze gingen samenwonen. - Van Gaalen, R., Van Houdt, K., & Poortman, A.-R. (2019). Trouwen, kinderen krijgen en scheiden naar opleiding. Statistische Trends. Den Haag: CBS. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2019/trouwen-kinderen-krijgen-en-scheiden-naar-opleiding
Van Nederlandse stellen die rond 2000 gingen samenwonen, was na vijftien jaar 94 procent van de ongetrouwden zonder kinderen uit elkaar, 58 procent van de getrouwden zonder kinderen, bijna een derde van de ongetrouwde ouders en 14 procent van de getrouwde ouders, en lageropgeleiden gaan vaker uit elkaar. - Liefbroer, A. C., & Dourleijn, E. (2006). Unmarried cohabitation and union stability: Testing the role of diffusion using data from 16 European countries. Demography, 43(2), 203โ221. https://doi.org/10.1353/dem.2006.0018
In 16 Europese landen gaan samenwoners drie tot vier keer zo vaak uit elkaar als stellen die trouwden zonder eerst samen te wonen, en ouders gaan in bijna alle landen minder vaak uit elkaar. - Twenge, J. M., Campbell, W. K., & Foster, C. A. (2003). Parenthood and marital satisfaction: A meta-analytic review. Journal of Marriage and Family, 65(3), 574โ583. https://doi.org/10.1111/j.1741-3737.2003.00574.x
Ouders zijn gemiddeld iets minder tevreden over hun huwelijk dan stellen zonder kinderen (d = โ0,19), en hoe meer kinderen, hoe lager. - Doss, B. D., Rhoades, G. K., Stanley, S. M., & Markman, H. J. (2009). The effect of the transition to parenthood on relationship quality: An 8-year prospective study. Journal of Personality and Social Psychology, 96(3), 601โ619. https://doi.org/10.1037/a0013969
Na het eerste kind daalt de kwaliteit van de relatie plotseling, bij vaders en moeders even sterk, terwijl die bij stellen zonder kinderen geleidelijk daalt. - Karney, B. R., & Bradbury, T. N. (1995). The longitudinal course of marital quality and stability: A review of theory, method, and research. Psychological Bulletin, 118(1), 3โ34. https://doi.org/10.1037/0033-2909.118.1.3
Over 115 studies met meer dan 45.000 huwelijken worden huwelijken met de tijd stabieler maar minder bevredigend, en kinderen verlagen de tevredenheid terwijl ze de stabiliteit kunnen verhogen. - Lehrer, E. L. (2008). Age at marriage and marital instability: Revisiting the BeckerโLandesโMichael hypothesis. Journal of Population Economics, 21(2), 463โ484. https://doi.org/10.1007/s00148-006-0092-9
Hoe ouder je trouwt, hoe kleiner het scheidingsrisico, tot eind twintig; daarna maakt leeftijd weinig meer uit. - Dronkers, J., & Hรคrkรถnen, J. (2008). The intergenerational transmission of divorce in cross-national perspective: Results from the Fertility and Family Surveys. Population Studies, 62(3), 273โ288. https://doi.org/10.1080/00324720802320475
In 17 van de 18 landen scheiden vrouwen met gescheiden ouders vaker, met een kans die 1,4 tot 3,6 keer zo hoog is. - Amato, P. R., & DeBoer, D. D. (2001). The transmission of marital instability across generations: Relationship skills or commitment to marriage? Journal of Marriage and Family, 63(4), 1038โ1051. https://doi.org/10.1111/j.1741-3737.2001.01038.x
Een scheiding van je ouders verdubbelt ongeveer de kans dat je zelf scheidt, het sterkst als je ouders weinig ruzie hadden, wat wijst op minder geloof in een levenslang huwelijk. - De Graaf, P. M., & Kalmijn, M. (2006). Change and stability in the social determinants of divorce: A comparison of marriage cohorts in the Netherlands. European Sociological Review, 22(5), 561โ572. https://doi.org/10.1093/esr/jcl010
In Nederland scheidden hogeropgeleiden vroeger vaker, nu scheiden lageropgeleiden vaker.
Wat een relatie voorspelt
- Bรผhler, J. L., Krauss, S., & Orth, U. (2021). Development of relationship satisfaction across the life span: A systematic review and meta-analysis. Psychological Bulletin, 147(10), 1012โ1053. https://doi.org/10.1037/bul0000342
Over 165 steekproeven daalt tevredenheid in de eerste tien jaar van een relatie, bereikt dan een dieptepunt en stijgt tot twintig jaar; naar leeftijd ligt het dal rond 40. - Karney, B. R., & Bradbury, T. N. (2020). Research on marital satisfaction and stability in the 2010s: Challenging conventional wisdom. Journal of Marriage and Family, 82(1), 100โ116. https://doi.org/10.1111/jomf.12635
Bij de meeste stellen daalt de tevredenheid niet maar blijft ze vrij stabiel, en negatieve communicatie is moeilijk te veranderen. - Lavner, J. A., & Bradbury, T. N. (2010). Patterns of change in marital satisfaction over the newlywed years. Journal of Marriage and Family, 72(5), 1171โ1187. https://doi.org/10.1111/j.1741-3737.2010.00757.x
Van pasgetrouwden die stabiel tevreden bleven, was na tien jaar 9 procent gescheiden, van wie sterk wegzakte 56 procent. - Reis, H. T. (2012). Perceived partner responsiveness as an organizing theme for the study of relationships and well-being. In L. Campbell & T. J. Loving (red.), Interdisciplinary Research on Close Relationships (pp. 27โ52). Washington, DC: APA. https://doi.org/10.1037/13486-002
Je begrepen, gewaardeerd en verzorgd voelen door je partner is de kern van intimiteit en welzijn in een relatie. - Sprecher, S. (2002). Sexual satisfaction in premarital relationships: Associations with satisfaction, love, commitment, and stability. Journal of Sex Research, 39(3), 190โ196. https://doi.org/10.1080/00224490209552141
Seksuele tevredenheid gaat samen met tevredenheid, liefde en toewijding, en die samenhang is bij mannen sterker dan bij vrouwen. - Byers, E. S. (2005). Relationship satisfaction and sexual satisfaction: A longitudinal study of individuals in long-term relationships. Journal of Sex Research, 42(2), 113โ118. https://doi.org/10.1080/00224490509552264
Seksuele tevredenheid en relatietevredenheid veranderen samen, zonder dat duidelijk is welke de andere aandrijft. - Fincham, F. D., & May, R. W. (2017). Infidelity in romantic relationships. Current Opinion in Psychology, 13, 70โ74. https://doi.org/10.1016/j.copsyc.2016.03.008
Per jaar gaat 2 tot 4 procent van de getrouwden vreemd, en in 20 tot 25 procent van de huwelijken gebeurt het ooit. - Amato, P. R., & Previti, D. (2003). People’s reasons for divorcing: Gender, social class, the life course, and adjustment. Journal of Family Issues, 24(5), 602โ626. https://doi.org/10.1177/0192513X03024005002
Vreemdgaan is de meest genoemde reden voor een scheiding, gevolgd door onverenigbaarheid, drank of drugs en uit elkaar groeien.
Conflict
- Gottman, J. M., & Levenson, R. W. (1992). Marital processes predictive of later dissolution: Behavior, physiology, and health. Journal of Personality and Social Psychology, 63(2), 221โ233. https://doi.org/10.1037/0022-3514.63.2.221
Bij 73 stellen lieten stabiele stellen tijdens ruzie ongeveer vijf keer zoveel positief als negatief gedrag zien, instabiele stellen ongeveer evenveel. - Schrodt, P., Witt, P. L., & Shimkowski, J. R. (2014). A meta-analytical review of the demand/withdraw pattern of interaction and its associations with individual, relational, and communicative outcomes. Communication Monographs, 81(1), 28โ58. https://doi.org/10.1080/03637751.2013.813632
Over 74 studies met ruim 14.000 mensen hangt het patroon waarin de een aandringt en de ander zich terugtrekt duidelijk samen met een slechtere relatie (r = .36), ongeacht wie welke rol heeft. - McNulty, J. K., & Russell, V. M. (2010). When ‘negative’ behaviors are positive: A contextual analysis of the long-term effects of problem-solving behaviors on changes in relationship satisfaction. Journal of Personality and Social Psychology, 98(4), 587โ604. https://doi.org/10.1037/a0017479
Direct verwijten en eisen schaadt bij kleine problemen, maar houdt de tevredenheid overeind bij ernstige problemen, doordat het probleem kleiner wordt; indirecte negativiteit gaat altijd samen met lagere tevredenheid. - Overall, N. C., & McNulty, J. K. (2017). What type of communication during conflict is beneficial for intimate relationships? Current Opinion in Psychology, 13, 1โ5. https://doi.org/10.1016/j.copsyc.2016.03.002
Direct tegengas helpt als er een serieus probleem is dat de partner kan veranderen; zacht en meegaand helpt bij kleine of onveranderlijke problemen. - Neff, L. A., & Karney, B. R. (2004). How does context affect intimate relationships? Linking external stress and cognitive processes within marriage. Personality and Social Psychology Bulletin, 30(2), 134โ148. https://doi.org/10.1177/0146167203255984
Stress van buiten de relatie hangt samen met hoe het huwelijk zich over vier jaar ontwikkelt, via hoe partners over elkaar denken. - Neff, L. A., & Karney, B. R. (2009). Stress and reactivity to daily relationship experiences: How stress hinders adaptive processes in marriage. Journal of Personality and Social Psychology, 97(3), 435โ450. https://doi.org/10.1037/a0015663
Onder meer stress dan normaal laten pasgetrouwden hun oordeel over de relatie sterker afhangen van de dagelijkse ups en downs. - Falconier, M. K., Jackson, J. B., Hilpert, P., & Bodenmann, G. (2015). Dyadic coping and relationship satisfaction: A meta-analysis. Clinical Psychology Review, 42, 28โ46. https://doi.org/10.1016/j.cpr.2015.07.002
Over 72 steekproeven met bijna 18.000 mensen hangt samen stress aanpakken sterk samen met relatietevredenheid (r = .45).
Twijfel en spijt
- Hawkins, A. J., Galovan, A. M., Harris, S. M., Allen, S. E., Allen, S. M., Roberts, K. M., & Schramm, D. G. (2017). What are they thinking? A national study of stability and change in divorce ideation. Family Process, 56(4), 852โ868. https://doi.org/10.1111/famp.12299
Van 3.000 Amerikaanse getrouwden tussen 25 en 50 dacht een kwart het afgelopen halfjaar aan scheiden (vrouwen 27, mannen 22 procent), en een jaar later dacht 31 procent van hen er niet meer aan, terwijl 36 procent van wie er niet aan dacht, dat nu wel deed. - Doherty, W. J., Willoughby, B. J., & Peterson, B. (2011). Interest in marital reconciliation among divorcing parents. Family Court Review, 49(2), 313โ321. https://doi.org/10.1111/j.1744-1617.2011.01373.x
Van ouders in een scheidingsprocedure geloofde een op de vier dat het huwelijk nog te redden was, mannen en verlaten partners vaker, en bij ongeveer 11 procent van de stellen stonden beiden open voor verzoening. - Amato, P. R., & Hohmann-Marriott, B. (2007). A comparison of high- and low-distress marriages that end in divorce. Journal of Marriage and Family, 69(3), 621โ638. https://doi.org/10.1111/j.1741-3737.2007.00396.x
Van 509 stellen die scheidden, kwam ongeveer de helft uit een huwelijk met weinig problemen; wie uit een slecht huwelijk kwam, werd na de scheiding gelukkiger, wie uit een redelijk huwelijk kwam, ongelukkiger. - Gardner, J., & Oswald, A. J. (2006). Do divorcing couples become happier by breaking up? Journal of the Royal Statistical Society: Series A, 169(2), 319โ336. https://doi.org/10.1111/j.1467-985X.2006.00403.x
In Britse panelgegevens gaan mensen er na de scheiding psychisch op vooruit ten opzichte van de jaren ervoor, mannen en vrouwen even sterk. - Lucas, R. E. (2005). Time does not heal all wounds: A longitudinal study of reaction and adaptation to divorce. Psychological Science, 16(12), 945โ950. https://doi.org/10.1111/j.1467-9280.2005.01642.x
Bij ruim 30.000 Duitsers daalt de tevredenheid met het leven richting de scheiding en herstelt die daarna, maar niet helemaal; wie later scheidt, was al voor het huwelijk minder gelukkig.
Hulp
- Roddy, M. K., Walsh, L. M., Rothman, K., Hatch, S. G., & Doss, B. D. (2020). Meta-analysis of couple therapy: Effects across outcomes, designs, timeframes, and other moderators. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 88(7), 583โ596. https://doi.org/10.1037/ccp0000514
Stellen in relatietherapie gaan er sterk op vooruit (g = 1,12), stellen op de wachtlijst nauwelijks (g = 0,12). - Bradbury, T. N., & Bodenmann, G. (2020). Interventions for couples. Annual Review of Clinical Psychology, 16, 99โ123. https://doi.org/10.1146/annurev-clinpsy-071519-020546
Zestig tot tachtig procent van de stellen met problemen heeft baat bij therapie, maar bij ongeveer de helft verdwijnt het effect daarna weer, en in de gewone praktijk is het kleiner dan in onderzoek. - Snyder, D. K., Castellani, A. M., & Whisman, M. A. (2006). Current status and future directions in couple therapy. Annual Review of Psychology, 57, 317โ344. https://doi.org/10.1146/annurev.psych.56.091103.070154
Na twee jaar of langer is 30 tot 60 procent van de behandelde stellen weer achteruitgegaan.