Kort antwoord: de meeste vrouwen kiezen een man die iets heeft neergezet of de potentie heeft om dat te doen: even oud of een paar jaar ouder, qua inkomen en positie gelijk of hoger, langer dan zij en fysiek capabel. Uiterlijk is voor vrouwen vooral een uiting van zijn positie. Het grootste verschil tussen mannen zit onderaan: wie niets neerzet, blijft veel vaker alleen en kinderloos.
De meeste vrouwen kiezen een man die iets heeft neergezet, of die de potentie heeft om iets neer te zetten, en haar partnerkeuze spiegelt dat. Dertig jaar emancipatie heeft daar opvallend weinig aan veranderd, al is er rond die keuze wel veel veranderd.
Waarom dit lastig te meten is
Onderzoek naar partnerkeuze heeft twee valkuilen. De eerste is dat mensen zeggen wat ze denken dat ze horen te zeggen. Vraag je vrouwen en mannen in 45 landen wat ze zoeken, dan zetten ze vriendelijkheid en intelligentie bovenaan en geld ergens onderaan [8, 32]. Kijk je vervolgens in de registers wie er echt een partner vindt, dan telt het inkomen van een man zwaar mee [33, 35]. Wat mensen zeggen te zoeken, voorspelt maar weinig wie ze werkelijk waarderen [3].
De tweede valkuil is dat veel experimenten mensen laten oordelen op รฉรฉn eigenschap of รฉรฉn moment: een foto van een bovenlijf zonder hoofd [4], hetzelfde gezicht in een ander kostuum [5], een speeddate van drie minuten of een swipe naar links of rechts [1, 2]. Dat meet een eerste indruk, en of iemand naar rechts swipet, zegt weinig over met wie ze trouwt of kinderen krijgt. In een zaal vol vergelijkbare studenten valt het verschil in status bovendien gewoon weg [6]. Het betrouwbaarste bewijs komt daarom uit wat mensen over jaren doen: met wie ze gaan samenwonen, wie er alleen blijft en wie er kinderen krijgt.
Wat de feiten laten zien
In Nederland is hij meestal even oud of een paar jaar ouder [7, 8, 9]. Dat is niet alleen een voorkeur. Je kiest uit wie je tegenkomt, en op school, in de buurt en op het werk zijn dat vooral mensen van je eigen leeftijd [10]; tegenwoordig komt daar online bij [11, 12].
Qua inkomen en positie staat hij gelijk of hoger, en veel minder vaak lager: bij twee op de drie tweeverdieners verdient hij duidelijk meer, bij รฉรฉn op de zes zij [13]. Dat verschil begint al bij de keuze voor een man die verder is en groeit als er kinderen komen [14, 15, 16].
Opleiding hoorde vroeger bij dat profiel, maar vrouwen zijn mannen voorbijgestreefd: van de 25- tot 35-jarigen heeft 60 procent van de vrouwen een hbo- of wo-diploma, tegen 50 procent van de mannen [17]. Een hoger opgeleide man is er voor veel vrouwen dus gewoon niet, en dan kiezen ze eerder een lager opgeleide man dan dat ze alleen blijven [18, 19, 20, 21, 22]. Op datingsites laten ze lager opgeleide mannen nog wel vaak links liggen [23].
Fysiek is hij langer dan zij [24, 25, 26, 27]. En moet een vrouw alleen op het lichaam kiezen, zonder hoofd en zonder context, dan wint kracht [4, 28, 29, 30]: een getraind lijf, geen bodybuilder.
Ambitie en potentie
Dat iets neerzetten ook potentie mag zijn, is geen detail. Ambitie is eigenlijk een voorspelling: in een onderzoek dat mensen zeventig jaar volgde, voorspelde ambitie hoeveel opleiding, aanzien en inkomen iemand later bereikte [31]. Vrouwen zeggen in bijna alle culturen meer om ambitie te geven dan mannen [32], en in de registers zie je dat ze er ook naar handelen. Noorse vrouwen kiezen gemiddeld een man met een hogere verdienpotentie, gemeten aan zijn afkomst [33]. Bij jonge mannen vergroot verdienpotentieel de kans op een huwelijk sterk, bij jonge vrouwen niet [34]. In Europa, ook in Nederland, hebben mannen met werk een veel grotere kans op een relatie, en wie zijn loopbaan moeizaam begint, trouwt later [35, 36, 37]. Vrouwen die zelf goed verdienen, laten die lat niet zakken, en op een datingsite kijken ze juist extra zodra zijn inkomen boven het hare komt [38, 39, 40, 41].
Andersom werkt dat niet: mannen waarderen de ambitie van een vrouw niet meer zodra die de hunne overtreft [42]. Gaat zij hem financieel voorbij, dan wordt de relatie kwetsbaarder [45, 46, 47, 48, 49], al is een harde norm daarover niet aangetoond [50]. Geld werkt ook op zichzelf: een Zweedse man die de loterij wint, trouwt vaker en scheidt minder vaak [44]. In gelijkere landen wordt dit patroon iets zwakker, maar het verdwijnt niet [43, 51].
Uiterlijk: hoe vrouwen en mannen kijken
Mannen en vrouwen kijken heel anders naar uiterlijk. Mannen selecteren op jeugd en op het lichaam: het gewicht van een vrouw verklaart ongeveer een kwart van hoe vaak mannen haar kiezen, en een lage taille-heupverhouding scoort bijna overal [8, 52, 53, 54]. Overgewicht kost een vrouw duidelijk kansen op een huwelijk en een man nauwelijks [55, 56].
Ook vrouwen reageren bij een eerste ontmoeting op hoe een man eruitziet [2], alleen lezen ze er iets anders in. Voor een vrouw is het uiterlijk van een man veel meer een uiting van zijn positie: hoe hij zich kleedt, hoe hij zich presenteert, hoe hij in de wereld staat en of hij snapt wat er in een bepaalde omgeving bij hoort. Dezelfde man wordt aantrekkelijker gevonden in een duur pak of naast een dure auto, terwijl mannen zich door zulke signalen bij een vrouw niet laten leiden [5, 58]. Een maatpak laat hem binnen vijf seconden succesvoller overkomen, en in een pak gedraagt hij zich ook dominanter [59, 60, 61]. Zelfs een baard werkt vooral via mode en context [62]. Aan zijn lichaam kan een man vooral fit en gezond zijn doen [57]; een zitmaaier telt daarbij helaas niet als training.
Hoe langer een vrouw een man kent, hoe meer ze naar het geheel kijkt. Stellen die elkaar al lang kenden, lijken qua uiterlijk nauwelijks op elkaar, en een groot deel van de relaties begint als vriendschap [63, 64, 65, 66]. Belangstelling van andere vrouwen helpt een beetje, veel minder dan het versierverhaal beweert [67, 68, 69, 70].
Uiterlijk is voor een man voor een klein deel wat hij meekrijgt en voor een groot deel een uiting van zijn positie.
Onderaan valt het verschil
Het grootste verschil tussen mannen zie je onderaan, en dan vooral bij voortplanting. In de Noorse registers heeft ruim negen op de tien best verdienende mannen een partner, tegen minder dan vier op de tien onderaan; bij vrouwen speelt inkomen nauwelijks [33]. Van de laagopgeleide Scandinavische mannen is op hun 45e een kwart tot een derde kinderloos, en dat gat groeit [71, 72, 73, 74, 75]. In Nederland zie je hetzelfde patroon [76, 77].
Dat patroon is oud. Het DNA laat zien dat over de menselijke geschiedenis ongeveer twee keer zoveel vrouwen als mannen nakomelingen nalieten, en in de periode waarin de landbouw zich verspreidde liep dat nog veel verder op [78, 79, 80, 81]. In polygame samenlevingen is de spreiding in het aantal kinderen van mannen tot bijna vijf keer die van vrouwen. De monogame norm heeft dat gedempt, en nog steeds krijgt een man die hertrouwt vaker extra kinderen, een vrouw niet [82, 83, 84].
Een man die niets heeft neergezet en ook geen potentie laat zien, valt buiten de boot, en dat is al zo zolang er mensen zijn.
Referenties
De nummers in de tekst verwijzen naar onderstaande bronnen. Bij iedere bron staat kort wat het onderzoek voor dit dossier laat zien. Het publicatiejaar is niet altijd het jaar waarin de gegevens zijn verzameld.
Waarom dit lastig te meten is
- [1] Eastwick & Finkel (2008). Sex differences in mate preferences revisited. Wat mensen vooraf zeggen te zoeken, voorspelt bij speeddates hun keuze niet, al meet een speeddate alleen een eerste indruk.
- [2] Eastwick e.a. (2014). The predictive validity of ideal partner preferences. Bij eerste ontmoetingen hangt uiterlijk bij beide seksen sterk samen met belangstelling (r = 0,43 en 0,40) en verdiencapaciteit bij beide zwak (0,09 en 0,12).
- [3] Eastwick e.a. (2025). A worldwide test of the predictive validity of ideal partner preference-matching. In 43 landen voorspelt wat mensen zeggen te zoeken maar in geringe mate welke partner ze werkelijk waarderen.
- [4] Sell, Lukaszewski & Townsley (2017). Cues of upper body strength account for most of the variance in men’s bodily attractiveness. Beoordeel je alleen een bovenlijf zonder gezicht, dan verklaart hoe sterk een man eruitziet ruim 70 procent van zijn aantrekkelijkheid.
- [5] Townsend & Levy (1990). Costume and physical attractiveness en attractiveness and socioeconomic status. Kleding die status uitstraalt, maakt vrouwen op foto’s eerder bereid tot een relatie met een man, sterker naarmate hij minder knap is; bij mannen die vrouwen beoordelen speelt dat niet.
- [6] Li e.a. (2013). Mate preferences do predict attraction and choices in the early stages of mate selection. Loopt het aanbod echt uiteen, dan voorspellen voorkeuren de keuze wel: vrouwen kiezen op status, mannen op uiterlijk; in een zaal vergelijkbare studenten valt dat weg.
Wat de feiten laten zien
- [7] CBS (2019). Onderwijsniveau partners en stabiliteit relaties. Bij stellen die in 2003 gingen samenwonen, was hij in ruim de helft 2 tot 10 jaar ouder, in 29 procent minder dan 2 jaar en in 4,5 procent was zij 5 jaar of meer ouder.
- [8] Walter e.a. (2020). Sex differences in mate preferences across 45 countries. In 45 landen zetten beide seksen vriendelijkheid en intelligentie boven geld en uiterlijk; vrouwen hechten wel meer aan financiรซle vooruitzichten, mannen aan jeugd en uiterlijk, en haar partner is gemiddeld 2,4 jaar ouder.
- [9] Conroy-Beam & Buss (2019). Why is age so important in human mating? In echte huwelijken in 27 landen is de man gemiddeld 3 jaar ouder.
- [10] Kalmijn & Flap (2001). Assortative meeting and mating. Van 1.519 Nederlandse stellen deelde 42 procent vรณรณr de relatie school, buurt, werk, vereniging of familiekring, en wie elkaar op school leerde kennen, lijkt het sterkst in leeftijd op elkaar.
- [11] Rosenfeld, Thomas & Hausen (2019). Disintermediating your friends. In de VS leerde in 2017 39 procent van de nieuwe stellen elkaar online kennen, tegen 2 procent in 1995.
- [12] Wobma (2011). Partner steeds vaker via internet of werk. Nederlanders leren elkaar het vaakst kennen tijdens het uitgaan of op vakantie, en wie online een partner vindt, is gemiddeld 35 en vaker aan een tweede relatie toe.
- [13] CBS (2023). Inkomen van tweeverdieners. Bij 68 procent van de tweeverdieners verdient hij minstens een vijfde meer, bij 16 procent zij.
- [14] CBS (2023). Voorsorteren op gezinsleven? Een jaar na afstuderen werken vrouwen zonder partner of kind al twee keer zo vaak in deeltijd als mannen, ook binnen dezelfde sector.
- [15] CBS en SCP (2024). Emancipatiemonitor 2024: werken. Het urenverschil groeit van 5 uur per week bij alleenstaanden zonder kinderen naar 12 uur bij stellen met jonge kinderen.
- [16] Rabatรฉ & Rellstab (2021). The child penalty in the Netherlands and its determinants. Na het eerste kind ligt het inkomen van moeders 46 procent onder hun eigen verwachte pad, dat van vaders blijft gelijk.
- [17] CBS (2026). Digitalisering en kenniseconomie 2025: kennispotentieel. Van de 25- tot 35-jarigen heeft 60 procent van de vrouwen een hbo- of wo-diploma, tegen 50 procent van de mannen.
- [18] CBS (2026). Onderwijsniveau van personen en partner, StatLine 85834NED. Het aandeel vrouwen met een hoger opgeleide partner daalde van 32 procent in 2015 naar 26 procent in 2025, en een lager opgeleide partner komt nu even vaak voor.
- [19] Esteve e.a. (2016). The end of hypergamy. In 2010 hadden in 139 landen meer jonge vrouwen dan mannen hoger onderwijs, en vrouwen trouwen daardoor wereldwijd vaker een lager opgeleide man.
- [20] Grow & Van Bavel (2015). Assortative mating and the reversal of gender inequality in education in Europe. Een simulatie voor twaalf Europese landen verklaart die verschuiving volledig uit het aanbod, zonder dat voorkeuren hoeven te veranderen.
- [21] De Hauw, Grow & Van Bavel (2017). The reversed gender gap in education and assortative mating in Europe. Hoogopgeleide vrouwen kiezen eerder een lager opgeleide man dan dat ze single blijven.
- [22] Van Bavel, Schwartz & Esteve (2018). The reversal of the gender gap in education and its consequences for family life. Voorkeuren zijn iets naar elkaar toe gegroeid, maar het kostwinnersmodel blijft invloed houden.
- [23] Skopek, Schulz & Blossfeld (2011). Who contacts whom? Educational homophily in online mate selection. Op een Duitse datingsite benaderen vrouwen zelden lager opgeleide mannen, terwijl mannen daar geen moeite mee hebben.
- [24] Stulp, Buunk & Pollet (2013). Women want taller men more than men want shorter women. Vrouwen willen een man die gemiddeld 13 centimeter langer is, en minstens bijna 4.
- [25] Stulp e.a. (2013) en Stulp e.a. (2017). Height preferences reflected in actual pairings en meta-analyse. In echte stellen is de man vaker langer dan bij toeval te verwachten is, al weegt lengte bescheiden mee.
- [26] Stulp e.a. (2015). Does natural selection favour taller stature among the tallest people on earth? Bij ruim 42.000 Noord-Nederlanders krijgen flink lange mannen de meeste kinderen en hebben kortere mannen iets minder vaak een partner.
- [27] Nettle (2002). Height and reproductive success in a cohort of British men. Vooral de kleinste tien procent van de mannen blijft vaker kinderloos.
- [28] Lidborg, Cross & Boothroyd (2022). A meta-analysis of the association between male dimorphism and fitness outcomes. In 96 studies hangt lichamelijke kracht het sterkst samen met het aantal partners en kinderen van mannen, een mannelijk gezicht niet.
- [29] Frederick & Haselton (2007). Why is muscularity sexy? Een getraind, gespierd lijf scoort hoger dan een zwaar gespierd lijf, en gespierde mannen rapporteren meer partners.
- [30] Lassek & Gaulin (2009). Costs and benefits of fat-free muscle mass in men. Bij 5.536 Amerikaanse mannen voorspelt spiermassa meer sekspartners.
Ambitie en potentie
- [31] Judge & Kammeyer-Mueller (2012). On the value of aiming high: the causes and consequences of ambition. Ambitie voorspelde over zeven decennia hoeveel opleiding, aanzien in het werk en inkomen iemand later bereikte.
- [32] Buss (1989). Sex differences in human mate preferences in 37 cultures. In alle 37 culturen zetten beide seksen vriendelijkheid en intelligentie bovenaan, en vrouwen hechten in 34 ervan meer waarde aan ambitie en ijver dan mannen, al scoorde Nederland daarop laag.
- [33] Almรฅs e.a. (2023). The economics of hypergamy. In de Noorse registers heeft ruim 90 procent van de best verdienende mannen een partner tegen minder dan 40 procent onderaan, en ook gemeten naar potentie (het inkomen van zijn ouders) kiest zij gemiddeld een man die hoger staat.
- [34] Xie e.a. (2003). Economic potential and entry into marriage and cohabitation. Alle vijf maten voor verdienpotentieel vergroten bij Amerikaanse jongeren de huwelijkskans van mannen sterk, en die van vrouwen niet.
- [35] Kalmijn (2011). The influence of men’s income and employment on marriage and cohabitation. In 13 Europese landen, waaronder Nederland, hebben mannen met werk 58 procent hogere kans op een relatie en de armste een vijfde 45 procent lagere, met kleinere effecten in gelijke landen.
- [36] Oppenheimer, Kalmijn & Lim (1997). Men’s career development and marriage timing. Hoe moeizamer een man zijn loopbaan begint, hoe later hij trouwt.
- [37] Sweeney (2002). Two decades of family change: the shifting economic foundations of marriage. De economische vooruitzichten van mannen bleven even belangrijk voor het huwelijk, terwijl die van vrouwen belangrijker werden.
- [38] Ong & Wang (2015). Income attraction: an online dating field experiment. Journal of Economic Behavior & Organization, 111, 13โ22. Op een Chinese datingsite bezoeken vrouwen profielen van mannen met een hoger inkomen vaker, met een sprong zodra zijn inkomen boven het hare komt; mannen letten nauwelijks op haar inkomen.
- [39] Wiederman & Allgeier (1992) en Townsend (1989). Ethology and Sociobiology 13(2) en 10(4). Vrouwen die zelf goed verdienen of verwachten te verdienen, leggen de lat voor zijn verdiencapaciteit niet lager.
- [40] Hitsch, Hortaรงsu & Ariely (2010). Matching and sorting in online dating. Op een Amerikaanse datingsite wegen vrouwen inkomen ongeveer twee keer zo zwaar als mannen.
- [41] Bruch & Newman (2018). Aspirational pursuit of mates in online dating markets. Meer opleiding maakt een man op een datingsite altijd aantrekkelijker; bij vrouwen daalt de belangstelling na een masterdiploma.
- [42] Fisman e.a. (2006). Gender differences in mate selection: evidence from a speed dating experiment. Mannen waarderen de intelligentie en ambitie van een vrouw niet meer zodra die de hunne overtreffen.
- [43] Eagly & Wood (1999), Zentner & Mitura (2012) en Schmitt (2012). Stepping out of the caveman’s shadow. In gelijkere landen hechten vrouwen iets minder aan zijn verdiencapaciteit, maar andere sekseverschillen blijven even groot of worden groter.
- [44] Cesarini e.a. (2023). Fortunate families? The effects of wealth on marriage and fertility. Een grote loterijprijs vergroot bij Zweedse mannen de kans op een huwelijk en verkleint die op scheiding.
Uiterlijk: hoe vrouwen en mannen kijken
- [45] Kalmijn, Loeve & Manting (2007). Income dynamics in couples and the dissolution of marriage and cohabitation. Nederlandse stellen waarin zij relatief meer gaat verdienen, gaan vaker uit elkaar.
- [46] Gonalons-Pons & Dunatchik (2026). Women’s socioeconomic advantage over their partners and relationship dissolution: a 29-country study. Bij 544.911 stellen in 29 landen gaat een vrouw als grootste verdiener samen met meer relatiebreuken.
- [47] Ferrari, Solaz & Vitali (2024). Are female-breadwinner couples always less stable? In de Franse registers zijn stellen met een vrouwelijke kostwinner instabieler.
- [48] Folke & Rickne (2020). All the single ladies. Een promotie tot burgemeester of parlementslid verdubbelt in Zweden de scheidingskans van vrouwen, niet die van mannen.
- [49] Bertrand, Kamenica & Pan (2015). Gender identity and relative income within households. Amerikaanse stellen waarin zij net meer verdient, komen minder voor en scheiden vaker.
- [50] Binder & Lam (2022) en Hederos & Stenberg (2022). Is there a male-breadwinner norm? en evidence from Sweden. De knik rond gelijke inkomens komt grotendeels door stellen die evenveel verdienen; een harde norm valt eruit niet af te lezen.
- [51] CBS (2019) en Theunis e.a. (2018). Onderwijsniveau partners en stabiliteit relaties en His and her education and marital dissolution. Bij Nederlandse gehuwden ligt het scheidingsrisico 16 procent hoger als zij hoger opgeleid is, maar in Belgische gemeenten waar dat gewoon is, niet.
- [52] Kurzban & Weeden (2005). HurryDate: mate preferences in action. Bij ruim tienduizend speeddaters verklaart het BMI van een vrouw ongeveer een kwart van hoe vaak mannen haar kiezen; bij mannen scoort een BMI rond de 25 het best.
- [53] Singh (1993) en Singh e.a. (2010). Adaptive significance of female physical attractiveness en cross-cultureel. Mannen vinden een lage taille-heupverhouding aantrekkelijker, ook los van gewicht.
- [54] Yu & Shepard (1998) en Lassek & Gaulin (2018). Is beauty in the eye of the beholder? en review. Die voorkeur is niet in elke cultuur gevonden, en de koppeling aan vruchtbaarheid is omstreden.
- [55] Conley & Glauber (2007). Gender, body mass, and socioeconomic status. Overgewicht verlaagt de huwelijkskans van vrouwen met 16 procent en die van mannen niet significant.
- [56] Gortmaker e.a. (1993). Social and economic consequences of overweight. Jongeren met ernstig overgewicht trouwen minder vaak, vrouwen 20 procent en mannen 11 procent.
- [57] Coetzee, Perrett & Stephen (2009), Foo, Simmons & Rhodes (2017) en Re & Rule (2016). Facial adiposity, predictors of facial attractiveness en Heavy matters. Vet in het gezicht maakt een man minder aantrekkelijk, en pas bij ongeveer acht kilo afvallen zie je dat verschil.
- [58] Dunn & Searle (2010). Prestige-car ownership and attractiveness ratings. Dezelfde man wordt door vrouwen aantrekkelijker gevonden in een Bentley dan in een Ford Fiesta; bij een vrouw maakt de auto voor mannen niets uit.
- [59] Howlett e.a. (2013). The influence of clothing on first impressions. Een maatpak laat dezelfde man binnen vijf seconden zelfverzekerder en succesvoller overkomen dan een confectiepak.
- [60] Oh, Shafir & Todorov (2020). Economic status cues from clothes affect perceived competence from faces. Rijkere kleding laat hetzelfde gezicht competenter lijken, ook als mensen gevraagd wordt de kleding te negeren.
- [61] Kraus & Mendes (2014). Sartorial symbols of social class. Mannen in een pak onderhandelen dominanter dan dezelfde mannen in een joggingbroek.
- [62] Dixson & Brooks (2013) en Janif, Brooks & Dixson (2014). Facial hair and women’s perceptions en negative frequency-dependent preferences. Zware stoppels scoren het best, en een baard of gladgeschoren gezicht wint aan aantrekkingskracht als het zeldzamer is: mode en context bepalen mee.
- [63] Hunt, Eastwick & Finkel (2015). Longer acquaintance predicts reduced assortative mating on attractiveness. Stellen die elkaar lang kenden voordat ze gingen daten, lijken qua uiterlijk veel minder op elkaar.
- [64] Eastwick & Hunt (2014). Relational mate value. Naarmate mensen elkaar beter leren kennen, zijn ze het steeds minder eens over wie de aantrekkelijkste partner is.
- [65] Stinson, Cameron & Hoplock (2022) en Reis e.a. (2011). The friends-to-lovers pathway en Familiarity promotes attraction. Ongeveer twee derde van de relaties begon als vriendschap, en meer contact leidt tot meer waardering.
- [66] Stavrova & Ehlebracht (2015). Prosocial behavior and relationship formation. Duitse singles die anderen vaker helpen, hebben het jaar erop vaker een vaste partner.
- [67] Gouda-Vossos e.a. (2018). Mate choice copying in humans: a meta-analysis. Een man wordt ongeveer 6 procent aantrekkelijker gevonden als hij met een vrouw wordt getoond en ruim 12 procent als die vrouw aantrekkelijk is of belangstelling toont; bij vrouwen werkt dit niet.
- [68] Jones e.a. (2007), Place e.a. (2010), Hill & Buss (2008), Waynforth (2007) en Vakirtzis & Roberts (2012). Social transmission of face preferences, mate copying after real choices, presence of opposite-sex others, mate choice copying en model female attractiveness. Belangstelling van een andere, aantrekkelijke vrouw maakt een man aantrekkelijker voor vrouwen, en minder als hij geen belangstelling krijgt.
- [69] Uller & Johansson (2003), Armstrong & Anderson (2022) en Tekin & Anderson (2021). Wedding ring effect, mate copying in a natural setting en Evolutionary Psychological Science 7. Een trouwring helpt niet, in videobeelden verdwijnt het effect, en een profiel met heel veel vrouwelijke vrienden scoort juist slechter.
- [70] Conroy-Beam e.a. (2019), Webster e.a. (2024) en Taylor e.a. (2011). Mate preference integration across 45 countries, dyadische meta-analyse en “Out of my league”. Partners lijken qua aantrekkelijkheid op elkaar (r โ 0,4), en online schrijft bijna iedereen iemand aan die hoger staat dan hijzelf.
Onderaan valt het verschil
- [71] Jalovaara e.a. (2019). Education, gender, and cohort fertility in the Nordic countries. Van de laagopgeleide Scandinavische mannen geboren eind jaren zestig is op hun 45e 27 tot 36 procent kinderloos, en het gat met hoogopgeleiden groeit.
- [72] Hart (2015). Earnings and first birth probability among Norwegian men and women. Noorse mannen in het hoogste inkomensvijfde hebben een 2,7 keer zo hoge kansverhouding op een eerste kind als die in het laagste.
- [73] Kolk (2023). Life-course accumulated income and childbearing. Bij Zweedse mannen stijgt het aantal kinderen trede voor trede met hun levensinkomen.
- [74] Kravdal (2021) en Dommermuth e.a. (2015). Sex differences in childlessness in Norway en SSB-rapport. Op hun 45e is 23 procent van de Noorse mannen kinderloos tegen 13 procent van de vrouwen, en die kinderloosheid steeg in elke opleidingsgroep.
- [75] Lappegรฅrd & Rรธnsen (2013). Multipartner fertility among Norwegian men. Mannen met een lage status worden het minst vaak vader.
- [76] CBS (2012). Vruchtbaarheid van mannen en vrouwen naar opleidingsniveau. Van de Nederlandse mannen geboren in 1960โ64 is 26 procent kinderloos, tegen 19 procent van de vrouwen.
- [77] CBS (2025). Steeds minder dertigjarigen ‘gesetteld’. Dertigjarige mannen met een vast contract wonen vaker samen dan mannen met een flexcontract: 65 tegen 56 procent.
- [78] Wilder, Mobasher & Hammer (2004). Unequal effective population sizes of human females and males. Het DNA wijst op ongeveer twee keer zoveel vrouwen als mannen die nakomelingen nalieten.
- [79] Karmin e.a. (2015). A recent bottleneck of Y chromosome diversity. Tussen 8.000 en 4.000 jaar geleden liep die verhouding op tot zeventien vrouwen op รฉรฉn man.
- [80] Zeng, Aw & Feldman (2018) en Guyon e.a. (2024). Competition between patrilineal kin groups en samenvatting CNRS. Die piek komt vooral door clans die via de vaderlijn uitstierven of groeiden, en betekent niet dat รฉรฉn op de zeventien mannen kinderen kreeg.
- [81] Wilson Sayres, Lohmueller & Nielsen (2014). Natural selection reduced diversity on human Y chromosomes. Selectie op het Y-chromosoom zelf maakt zulke verhoudingen waarschijnlijk te hoog.
- [82] Brown, Laland & Borgerhoff Mulder (2009). Bateman’s principles and human sex roles. De spreiding in het aantal kinderen van mannen is in polygame samenlevingen tot bijna vijf keer die van vrouwen, en in monogame samenlevingen ongeveer gelijk.
- [83] Henrich, Boyd & Richerson (2012). The puzzle of monogamous marriage. De monogame norm helpt meer mannen aan een partner en gaat samen met minder geweld en meer investering in kinderen.
- [84] Jokela e.a. (2010) en Forsberg & Tullberg (1995). Serial monogamy increases reproductive success in men but not in women en Zweedse registerstudie. Mannen met een tweede of derde vaste partner krijgen meer kinderen, vrouwen niet.
Aanvullend: leeftijd
- [85] Skopek, Schmitz & Blossfeld (2011). The gendered dynamics of age preferences. Mannen benaderen online gemiddeld vrouwen die bijna vijf jaar jonger zijn, en die voorkeur wordt met de jaren niet milder.
- [86] Bruch & Newman (2018). Aspirational pursuit of mates. De gemiddelde vrouw is op een datingsite het meest gewild op haar 18e, de gemiddelde man rond zijn 50e.
- [87] Mansour & McKinnish (2014), England & McClintock (2009) en Silva & Percheski (2024). Who marries differently aged spouses?, double standard of aging en age heterogamy. Mensen met een veel oudere of jongere partner zijn gemiddeld lager opgeleid en verdienen minder, en grote verschillen zitten vooral in latere huwelijken.
- [88] McClintock (2014) en Lee & McKinnish (2018). Beauty and status en marital satisfaction of differently aged couples. De ruil van status tegen schoonheid is grotendeels een illusie, en het tevredenheidsvoordeel van een jongere vrouw is na zes tot tien jaar weg.
- [89] Kooiman (2023), De Graaf & Kalmijn (2003), Ivanova e.a. (2013) en Brown e.a. (2019). Weer samenwonen na een scheiding, remarriage market, repartnering in Europe en gray divorce. Gescheiden vrouwen boven de 45 willen minder vaak weer samenwonen dan mannen, en wie het wil, lukt het even vaak.